Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:300 BW

Geldt sinds 1 november 2015

  1. 1

    Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van een stichting als bedoeld in artikel 360 lid 3, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vier maanden door het in lid 3 bedoelde orgaan op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan ter inzage ten kantore van de stichting. Binnen deze termijn legt het bestuur ook de krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens ter inzage voor hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan en het bestuursverslag, tenzij artikel 396 lid 7 voor zover het betreft het bestuursverslag, of artikel 403 voor de stichting gelden. Zij die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan kunnen kosteloos een afschrift van deze stukken verkrijgen.

  2. 2

    De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door hen die deel uitmaken van het toezicht houdende orgaan; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

  3. 3

    De jaarrekening wordt uiterlijk een maand na afloop van de termijn vastgesteld door het daartoe volgens de statuten bevoegde orgaan. Indien de statuten deze bevoegdheid niet aan enig orgaan verlenen, komt deze bevoegdheid toe aan het toezicht houdende orgaan en bij gebreke daarvan aan het bestuur.

  4. 4

    Een stichting als bedoeld in artikel 360 lid 3 mag ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.

  5. 5

    Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van de jaarrekening. Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze verzoeken tot ontheffing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BY2639Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2013 (civiel recht)

    Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Middel dat niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv.

  • ECLI:NL:OGEABES:2025:200Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 10 december 2025 (civiel recht)

    Machtiging omzetting Stichting in BV. Toestemming uitkering “beklemd vermogen”

  • ECLI:NL:RBNNE:2022:1505Rechtbank Noord-Nederland, 27 april 2022 (civiel recht)

    Verzoekster verzoekt tot ontslag van een drietal bestuurders van de Stichting op grond van artikel 2:298 BW. Aan de zijde van bestuurder 1 is sprake van financieel wanbeheer als genoemd in artikel…

  • ECLI:NL:OGEAC:2022:355Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 21 februari 2022 (civiel recht)

    Omzetting stichting particulier fonds naar stichting naar Australisch recht

  • ECLI:NL:RBLIM:2017:2082Rechtbank Limburg, 8 maart 2017 (civiel recht)

    Aansprakelijkheid voormalig bestuurders woningstichting; tegenstrijdig belang woningstichting en bestuurder; betalingen/onttrekkingen zonder rechtsgrond; onverschuldigde betaling; ongerechtvaardigde…

  • ECLI:NL:RBALM:2010:BP1431Rechtbank Almelo, 15 december 2010 (civiel recht)

    onrechtmatige daad.

  • ECLI:NL:RBUTR:2007:BC1562Rechtbank Utrecht, 12 december 2007 (civiel recht)

    Beroepsaansprakelijkheid accountant.

  • ECLI:NL:RBAMS:2005:AT7161Rechtbank Amsterdam, 9 juni 2005 (civiel recht)

    De omstandigheid dat de verliezen van CCTE groter en langduriger zijn dan NYK bij het aangaan van de overeenkomst verwachtte, komt voor rekening en risico van NYK. Dit levert dan ook geen onvoorziene…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.