Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:263 BW

Grote vennootschap en registratie in het handelsregister redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 november 2015

  1. 1

    Een vennootschap moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door de algemene vergadering ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat artikel 264 lid 3 van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk volgend bestuursverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste bestuursverslag dat na de datum van die doorhaling wordt uitgebracht.

  2. 2

    De verplichting tot het doen van opgaaf geldt, indien: a.het geplaatste kapitaal der vennootschap te zamen met de reserves volgens de balans met toelichting ten minste een bij koninklijk besluit vastgesteld grensbedrag beloopt, b.de vennootschap of een afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting een ondernemingsraad heeft ingesteld, en c.bij de vennootschap en haar afhankelijke maatschappijen, tezamen in de regel ten minste honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.

  3. 3

    De verplichting tot het doen van een opgaaf geldt niet voor: a.een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn, b.een vennootschap wier werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de financiering van groepsmaatschappijen, en van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn, c.een vennootschap die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als bedoeld onder b of in artikel 153 lid 3 onder b, en aan de in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de financiering verleent, en d.een vennootschap waarin voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door twee of meer rechtspersonen waarop de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn of die afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.

  4. 4

    Het in onderdeel a van lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde bedrag.

  5. 5

    Onder het geplaatste kapitaal met de reserves wordt in lid 2 onder a begrepen de gezamenlijke verrichte en nog te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van geldschieting in afhankelijke maatschappijen die commanditaire vennootschap zijn, voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BX0345Parket bij de Hoge Raad, 21 december 2012 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Mededingingsrecht; art. 101 en 102 VWEU. Beroep van reisagenten (ANVR) op schending kartelverbod en misbruik economische machtspositie door luchtvaartmaatschappijen (IATA). Aan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1618Gerechtshof Amsterdam, 19 juni 2025 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer, gezamenlijke behandeling uittredingsverzoek en aanvullende voorzieningen enquête procedure (in tweede fase)

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:2493Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2023 (ondernemingsrecht)

    OK; medezeggenschapsrecht; afwijzing van het verzoek van de ondernemingsraad voor recht te verklaren dat de ondernemer bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2020:6661Rechtbank Oost-Brabant, 28 december 2020 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering curator tot meewerken aan bindend advies. Door betaling van de proceskostenveroordelingen door de curator is de in een eerder kort geding aangenomen bevoegdheid tot opschorting…

  • ECLI:NL:GHSHE:2019:388Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 februari 2019 (verbintenissenrecht)

    Koop-/aannemingsovereenkomst tussen woningstichting en projectontwikkelaar/aannemer. Woningstichting betaalt termijnfacturen niet en doet beroep op opschorting en onzekerheidsexceptie (art. 6:263 BW)…

  • ECLI:NL:RBNNE:2016:2427Rechtbank Noord-Nederland, 25 mei 2016 (ondernemingsrecht)

    Een divisie van een bedrijf is overgenomen door een buitenlands private equity fonds (verticale splitsing). De ondernemingsraden vorderen in kort geding veroordeling van de Nederlandse holding om een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.