Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:346 BW

Bevoegdheid tot indiening van een enquêteverzoek redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Tot het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 345 zijn bevoegd: a.indien het betreft een vereniging, een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij: de leden van de rechtspersoon ten getale van ten minste 300, of zoveel leden als ten minste een tiende gedeelte van het ledental uitmaken, of zoveel leden als tezamen bevoegd zijn tot het uitbrengen van ten minste een tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering of zoveel minder als de statuten bepalen; b.indien het betreft een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen: een of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of rechthebbenden zijn op een bedrag van aandelen of certificaten daarvan tot een nominale waarde van € 225 000 of zoveel minder als de statuten bepalen; c.indien het betreft een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen: een of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of zoveel minder als de statuten bepalen; d.in afwijking van de onderdelen b en c, indien het betreft een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan aandelen of certificaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is: een of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of ten minste een waarde vertegenwoordigen van € 20 miljoen volgens de slotkoers op de laatste handelsdag voor indiening van het verzoek, of zoveel minder als de statuten bepalen; e.de rechtspersoon als bedoeld in artikel 344; f.degenen, aan wie daartoe bij de statuten of bij overeenkomst met de rechtspersoon de bevoegdheid is toegekend.

  2. 2

    Voor de toepassing van lid 1, onderdeel e, kan het verzoek namens de rechtspersoon ook worden ingediend door de raad van commissarissen of, indien toepassing is gegeven aan artikel 129a of 239a, door de niet uitvoerende bestuurders. Voor de toepassing van dit lid wordt met een raad van commissarissen gelijkgesteld een toezichthoudend orgaan dat bij of krachtens de statuten van de rechtspersoon is ingesteld.

  3. 3

    Onverminderd lid 1, onderdeel e, kan het verzoek in geval van faillissement van de rechtspersoon ook worden ingediend door de curator. Artikel 349 is niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:846Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ontvankelijkheid: is een indirecte aandeelhouder van de vennootschap enquêtebevoegd?

  • ECLI:NL:PHR:2026:584Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:585Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als…

  • ECLI:NL:PHR:2024:139Parket bij de Hoge Raad, 9 februari 2024 (civiel recht)

    Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1481Gerechtshof Amsterdam, 28 mei 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer; enquêterecht; gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij de vennootschap; onderzoek bevolen maar aanwijzing van een onderzoeker…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1193Gerechtshof Amsterdam, 1 mei 2026 (ondernemingsrecht)

    OK; enquête; afwijzing; niet-ontvankelijk; kapitaalseis

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1183Gerechtshof Amsterdam, 9 april 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer; enquêteprocedure; zelfstandig tegenverzoek; niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:589Gerechtshof Amsterdam, 23 februari 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer; enquêteverzoek; niet-ontvankelijk verklaring

190 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.