Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:334cc BW

Geldt sinds 26 november 2008

  1. 1

    In het geval van een zuivere splitsing kan de akte van splitsing bepalen dat onderscheiden aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon aandeelhouder worden van onderscheiden verkrijgende rechtspersonen. In dat geval: a.vermeldt het voorstel tot splitsing naast de in de artikelen 334f en 334y genoemde gegevens welke aandeelhouders van welke verkrijgende rechtspersonen aandeelhouder worden; b.deelt het bestuur in de toelichting op het voorstel tot splitsing mee volgens welke criteria deze verdeling is vastgesteld; c.moet de accountant bedoeld in artikel 334 aa mede verklaren dat de voorgestelde verdeling, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is; en d.wordt het besluit tot splitsing door de algemene vergadering van de splitsende vennootschap genomen met een meerderheid van drie vierden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin 95% van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.

  2. 2

    Onderdeel c van het eerste lid blijft buiten toepassing indien de aandeelhouders van elke partij bij de splitsing daarmee instemmen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:494Hoge Raad, 27 maart 2026 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting; art. 15(1)(h) Wet BRV jo. Art. 5c UBBRV, tekst tot 1 juli 2025; vrijstelling bij verkrijging bij splitsing van aandelen in een rechtspersoon in de zin van artikel 4, lid 1, van…

  • ECLI:NL:HR:2026:137Hoge Raad, 30 januari 2026 (belastingrecht)

    Schenkbelasting; artikel 35d, lid 1, letter c, SW, artikel 9(2) URSE; bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), bezitseis ten aanzien van de onderneming, vervolg op HR BNB 2023/97, bewijslastverdeling.

  • ECLI:NL:PHR:2026:89Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2026 (civiel recht)

    Rechtspersonenrecht. Ontbinding van stichting door rechter op voet van art. 2:301 lid 1, aanhef en onder b BW?

  • ECLI:NL:PHR:2025:1408Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (ondernemingsrecht)

    Incident. Zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie. Art. 224 en 414 Rv, art. 6:51 lid 2 BW. Derdengeldenrekening advocaat.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:11237Rechtbank Noord-Holland, 26 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Gedaagden weigeren mee te werken aan afwikkeling ruziesplitsing met betrekking tot familiebedrijf. Vordering schadevergoeding toegewezen. Ook vordering terugbetaling advocaatkosten die ten onrechte…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1285Parket bij de Hoge Raad, 21 november 2025 (belastingrecht)

    Splitsingsvrijstelling overdrachtsbelasting (art. 15(1)(h) Wet BvR jo. Art. 5c UBBvR; tekst tot 1 juli 2025). Geldt die vrijstelling ook voor de aan de aandeelhouders van de verkrijgende BVs…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1269Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 mei 2025 (belastingrecht)

    Belanghebbende was voor 50% aandeelhouder van de splitsende vennootschap. Wegens verschil van inzicht met de andere aandeelhouder is besloten de splitsende vennootschap te splitsen. Bij de zuivere…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:4167Rechtbank Noord-Holland, 15 april 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Vonnis in incident in kort geding: moet gedaagden verboden worden verdere acties te ondernemen totdat in het reeds geplande kort geding een behandeling heeft plaatsgevonden en daarop is beslist? De…

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.