Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:240 BW

Vertegenwoordiging van de vennootschap redactionele omschrijving

Geldt sinds 23 april 2002

  1. 1

    Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

  2. 2

    De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.

  3. 3

    Bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden ingeroepen.

  4. 4

    De statuten kunnen ook aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging toekennen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:490Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2023 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Interne bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW en art. 2:11 BW). Verjaring (art. 3:310 lid 1 BW). Toerekening van kennis aan rechtspersoon. Samenhang met 22/02385.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1167Parket bij de Hoge Raad, 10 december 2021 (civiel recht)

    Enquêterecht. Ontvankelijkheid van enquêteverzoek. Toepassing van art. 2:349a BW m.b.t. treffen van onmiddellijke voorzieningen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:690Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2020 (ondernemingsrecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Niet-naleving CAO door uitzendbureau (HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3458).

  • ECLI:NL:PHR:2020:283Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2020 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van bestuurder van benadeelde rechtspersoon ten aanzien van de onrechtmatige daad van een derde als…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21643Rechtbank Den Haag, 29 juli 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Tegenstrijdig belang van de enige commissaris. De algemene vergadering is bevoegd tot het nemen van een besluit op grond van artikel 2:250 lid 5 BW. De algemene vergadering dient te…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8962Rechtbank Rotterdam, 9 april 2026 (civiel recht)

    Kort geding huur bedrijfsruimte. Eiseres vordert ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand, inclusief rente en kosten. De vordering wordt toegewezen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:518Rechtbank Noord-Nederland, 25 februari 2026 (burgerlijk procesrecht)

    "Toepassing van ECLI:NL:HR:2010:BK7671 (ING/Bera). Vertegenwoordigde was voornemens om percelen grond te verkopen, wist dat deze aangeboden waren aan de koper en wist ook dat de vader van de…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1393Rechtbank Gelderland, 28 januari 2026 (verbintenissenrecht)

    Rechtsgeldige opzegging duurovereenkomst. Er is sprake van een material breach. Er is welbewust en gedurende langere tijd buiten het zicht van eiseres in strijd gehandeld met de kern van de…

139 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.