Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:101 BW

Opmaken en vaststellen van de jaarrekening redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 november 2015

  1. 1

    Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Indien van de vennootschap effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht, bedraagt de termijn vier maanden, tenzij artikel 5:25g, tweede of derde lid, van die wet van toepassing is. Deze termijn kan niet worden verlengd. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het bestuursverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de artikelen 396 lid 7, of 403 voor de vennootschap gelden. Het bestuur van de vennootschap waarop de artikelen 158 tot en met 161 en 164 van toepassing zijn, zendt de jaarrekening ook toe aan de in artikel 158 lid 11 bedoelde ondernemingsraad.

  2. 2

    De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

  3. 3

    De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.

  4. 4

    Besluiten waarbij de jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de statuten niet onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.

  5. 5

    De statuten bevatten geen bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.

  6. 6

    De statuten kunnen bepalen dat een ander orgaan van de vennootschap dan de algemene vergadering de bevoegdheid heeft te bepalen welk deel van het resultaat van het boekjaar wordt gereserveerd of hoe het verlies zal worden verwerkt.

  7. 7

    Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van de jaarrekening. Geen ontheffing kan worden verleend ten aanzien van het opmaken van de jaarrekening van een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:14Parket bij de Hoge Raad, 12 januari 2018 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Agenderingsrecht van aandeelhouders (art. 2:114a BW). Is vennootschap verplicht een onderwerp ter (informele) stemming op te nemen in de agenda voor de algemene vergadering, ook…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AV0046Parket bij de Hoge Raad, 24 februari 2006 (civiel recht)

    Jaarrekeningenrecht. Kort geding, geschil tussen een vermogensbeheerder voor obligatiehouders en Ahold c.s. over het beschikbaar stellen van enkelvoudige jaarstukken, gevolgen van groepsvrijstelling…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2738Gerechtshof Den Haag, 23 december 2025 (civiel recht)

    Collectieve actie (artikel 3:305a BW) van claimstichting namens beleggers tegen Airbus en haar (voormalige) bestuurders, CFO's en accountant. Volgens claimstichting hebben de beleggers schade geleden…

  • ECLI:NL:CBB:2022:310College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 juni 2022 (bestuursrecht)

    Accountantstuchtrecht. De accountantskamer heeft naar het oordeel van het College terecht geoordeeld dat betrokkene het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid heeft geschonden.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2015:6932Rechtbank Amsterdam, 30 september 2015 (civiel recht)

    Aansprakelijkheid bestuurders en commissarissen wegens onbehoorlijke taakvervulling (artt. 6:162, 2:9, 2:139, 2:140, 2:149, 2:150 BW). Bestuurders: aangaan substantiële financiële verplichtingen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3225Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2013 (civiel recht)

    Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen van Landis zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:138 lid 2 BW (in samenhang met…

  • ECLI:NL:GHARN:2011:BR3465Gerechtshof Arnhem, 19 juli 2011 (civiel recht)

    Hebben de bestuurders van de failliete naamloze vennootschap hun taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement?

  • ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7576Rechtbank Zutphen, 9 september 2009 (civiel recht)

    Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van schending van de publicatieplicht. Voor wat betreft het verweer verwijzen naar een als productie in het geding gebrachte brief gaat niet op.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.