Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:391 BW

Inhoud van het bestuursverslag redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    Het bestuursverslag geeft een getrouw beeld van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten van de rechtspersoon en van de groepsmaatschappijen waarvan de financiële gegevens in zijn jaarrekening zijn opgenomen. Het bestuursverslag bevat, in overeenstemming met de omvang en de complexiteit van de rechtspersoon en groepsmaatschappijen, een evenwichtige en volledige analyse van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten. Indien noodzakelijk voor een goed begrip van de ontwikkeling, de resultaten of de positie van de rechtspersoon en groepsmaatschappijen, omvat de analyse zowel financiële als niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu- en personeelsaangelegenheden. Het bestuursverslag geeft tevens een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de rechtspersoon wordt geconfronteerd. Het bestuursverslag wordt in de Nederlandse taal gesteld, tenzij de algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft besloten.

  2. 2

    In het bestuursverslag worden mededelingen gedaan omtrent de verwachte gang van zaken; daarbij wordt, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet verzetten, in het bijzonder aandacht besteed aan de investeringen, de financiering en de personeelsbezetting en aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de rentabiliteit afhankelijk is. Mededelingen worden gedaan omtrent de werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Vermeld wordt hoe bijzondere gebeurtenissen waarmee in de jaarrekening geen rekening behoeft te worden gehouden, de verwachtingen hebben beïnvloed. De naamloze vennootschap waarop artikel 383b van toepassing is, doet voorts mededeling van het beleid van de vennootschap aangaande de bezoldiging van haar bestuurders en commissarissen en de wijze waarop dit beleid in het verslagjaar in de praktijk is gebracht.

  3. 3

    Ten aanzien van het gebruik van financiële instrumenten door de rechtspersoon en voor zover zulks van betekenis is voor de beoordeling van zijn activa, passiva, financiële toestand en resultaat, worden de doelstellingen en het beleid van de rechtspersoon inzake risicobeheer vermeld. Daarbij wordt aandacht besteed aan het beleid inzake de afdekking van risico’s verbonden aan alle belangrijke soorten voorgenomen transacties. Voorts wordt aandacht besteed aan de door de rechtspersoon gelopen prijs-, krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

  4. 4

    Het bestuursverslag mag niet in strijd zijn met de jaarrekening. Indien het verschaffen van het in lid 1 bedoelde overzicht dit vereist, bevat het bestuursverslag verwijzingen naar en aanvullende uitleg over posten in de jaarrekening.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:860Parket bij de Hoge Raad, 26 augustus 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Medeplegen van oplichting gemeentelijk energiebedrijf (art. 326 lid Sr), 2. het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware toelichting op een staat, meermalen…

  • ECLI:NL:PHR:2023:584Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2023 (arbeidsrecht)

    Financieel recht. Arbeidsrecht. Bank vordert variabele beloning terug van werknemer in verband met fraude (art. 1:127 lid 3 Wft); verplichting beleid inzake terugvordering vast te leggen (art. 1:127…

  • ECLI:NL:PHR:2021:78Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2021 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Is vennootschap jegens voormalig bestuurder aansprakelijk wegens publicatie in persbericht en jaarverslag van haar conclusies uit een forensisch onderzoek naar fraude binnen de…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV0774Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2012 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Vordering tot (vervangende) schadevergoeding wegens niet uitgekeerde bonusaanspraken. Onbegrijpelijk oordeel hof dat aanvullende bonusaanspraak over 2004 is overeengekomen. Oordeel dat…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:8223Rechtbank Amsterdam, 5 november 2025 (civiel recht)

    Deze zaken gaan over de vraag of ING aansprakelijk is voor schade die de Beleggers zeggen te hebben geleden. Volgens de Beleggers heeft ING het beleggend publiek (en daarmee dus ook de Beleggers)…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:5584Rechtbank Amsterdam, 30 juli 2025 (civiel recht)

    Vordering obligatiehouders op bestuurders van start-up Elements Netherlands B.V. afgewezen. De obligatiehouders zoeken verhaal voor hun schade omdat Elements Netherlands B.V. failliet is en hun…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:5518Rechtbank Amsterdam, 30 augustus 2023 (civiel recht)

    843a Rv, art. 7, art 17 Verordening (EU) Marktmisbruik 596/2014 (MAR), Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1055 van de Commissie, verplichting tot doen van een perspublicatie omtrent voorwetenschap

  • ECLI:NL:CBB:2023:241College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 mei 2023 (bestuursrecht)

    Het hoger beroep is gegrond en de klacht wordt ongegrond verklaard. Anders dan de accountantskamer is het College van oordeel dat in de toelichting op de jaarrekening de financiële gevolgen van de…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.