Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:449 BW

Geldt sinds 30 december 2023

  1. 1

    Het in artikel 447 bedoelde verzoek wordt ingediend binnen twee maanden na de dag waarop de jaarrekening is vastgesteld of het afzonderlijke jaarlijkse verslag of de verklaringen, bedoeld in artikel 391a lid 2, is of zijn neergelegd ten kantore van het handelsregister of op andere wijze openbaar is of zijn gemaakt zoals is voorgeschreven krachtens artikel 391a lid 2, onderdeel a. Indien het in artikel 447 bedoelde verzoek wordt gedaan ten aanzien van een effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving bedraagt de in de eerste volzin bedoelde termijn negen maanden, met dien verstande dat de termijn van een verzoek dat betrekking heeft op het verslag, bedoeld in artikel 5:25e van de Wet op het financieel toezicht, aanvangt op het moment dat het verslag overeenkomstig artikel 5:25m, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht algemeen verkrijgbaar is gesteld.

  2. 2

    Het verzoek omtrent de jaarrekening die niet is vastgesteld, kan worden gedaan tot twee maanden of, voor zover het een effectenuitgevende instelling betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, negen maanden na de dag van de deponering van de jaarrekening bij het handelsregister. Indien na de dag van de deponering de jaarrekening alsnog wordt vastgesteld, dan eindigt de termijn twee maanden of, voor zover het een effectenuitgevende instelling betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, negen maanden na de dag waarop uit een neergelegde mededeling of uit de gedeponeerde jaarrekening blijkt van die vaststelling.

  3. 3

    Indien een bericht als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet toezicht financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar is gesteld, dan eindigt de termijn twee maanden na de dag waarop dit bericht algemeen verkrijgbaar is gesteld op de bij of krachtens dat artikel voorgeschreven wijze, doch niet eerder dan de termijnen, bedoeld lid 1 en lid 2.

  4. 4

    Ter zake van tekortkomingen die niet uit de stukken blijken, eindigt de termijn twee maanden of, voor zover het een effectenuitgevende instelling betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, negen maanden na de dag waarop de indiener van het verzoek daarvan in redelijkheid niet meer onkundig kon zijn, maar uiterlijk twee jaar na verloop van de termijn ingevolge de vorige leden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1326Gerechtshof Den Haag, 5 juli 2022 (ondernemingsrecht)

    Uitkeringen van winst en ten laste van reserves niet in strijd met artikel 2:216 (oud) BW. Inkoop van eigen aandelen niet in strijd met artikel 2:207 (oud) BW. Geen onrechtmatig handelen van…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:980Gerechtshof Amsterdam, 10 maart 2022 (ondernemingsrecht)

    OK; Jaarrekeningprocedure; gedeeltelijke toewijzing verzoek

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:2562Gerechtshof Amsterdam, 3 juli 2014 (ondernemingsrecht)

    OK, jaarrekening, deels niet-ontvankelijk, bevel tot in geding brengen nadere stukken, verwijzing naar latere datum

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:608Gerechtshof Amsterdam, 5 maart 2014 (ondernemingsrecht)

    OK jaarrekening artikel 2:447, 449, 450 BW en 2:362 BW, afwijzing verzoek aanpassing jaarrekening; onderdeel jaarrekening niet eerder vernietigd, nu niet wijzigen op basis van nieuwe informatie

  • ECLI:NL:GHARN:2012:BY5284Gerechtshof Arnhem, 4 december 2012 (civiel recht)

    Arbeidsgeschil met voormalig titulair directeur over winstbonus. Dubbel appel van hetzelfde eindvonnis. De eerst appellerende partij kan niet vervolgens ook nog incidenteel appelleren in het appel…

  • ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4387Rechtbank Amsterdam, 4 april 2012 (civiel recht)

    Vervolg op rechtbank Amsterdam 28 oktober 2009, JOR 2011, 106. De rechtbank stelt, na deskundigenbericht, aan de hand van artikel 7:405 lid 2 BW vast wat een redelijk loon van een bestuurder van een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.