Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:334l BW

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    Tot een maand nadat alle partijen bij de splitsing de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd kan iedere wederpartij bij een rechtsverhouding van zulk een partij door een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot splitsing in verzet komen op grond dat het voorstel ten aanzien van zijn rechtsverhouding strijdt met artikel 334j of dat een krachtens artikel 334k verlangde waarborg niet is gegeven. In het laatste geval vermeldt het verzoekschrift de waarborg die wordt verlangd. De rechtbank wijst het verzoek af, indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de splitsing minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de rechtspersoon niet voldoende waarborgen zijn verkregen.

  2. 2

    Voordat de rechter beslist, kan hij de partijen bij de splitsing in de gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem omschreven wijziging in het voorstel tot splitsing aan te brengen en het gewijzigde voorstel overeenkomstig artikel 334h openbaar te maken, onderscheidenlijk een door hem omschreven waarborg te geven.

  3. 3

    Indien tijdig verzet is gedaan, mag de akte van splitsing eerst worden verleden, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.

  4. 4

    Indien de akte van splitsing al is verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel: a.bevelen dat een rechtsverhouding die in strijd met artikel 334j is overgegaan geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen aan een of meer door hem aan te wijzen verkrijgende rechtspersonen of aan de voortbestaande gesplitste rechtspersoon, of bepalen dat twee of meer van deze rechtspersonen hoofdelijk tot nakoming van de uit de rechtsverhouding voortvloeiende verbintenissen verbonden zijn; b.bevelen dat een door hem omschreven waarborg wordt gegeven. De rechter kan aan een bevel een dwangsom verbinden.

  5. 5

    Indien door een overdracht als bedoeld in lid 4 onder a de overdragende of verkrijgende rechtspersoon nadeel lijdt, is de andere rechtspersoon gehouden dit goed te maken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:414Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2026 (ondernemingsrecht)

    Faillissementsrecht. Ondernemingsrecht. Renvooiprocedure (art. 122 Fw). Overgang rechtsverhouding door afsplitsing (art. 2:334a lid 3 BW) en cessie; nauwkeurigheid beschrijving vermogen (art. 2:334f…

  • ECLI:NL:PHR:2023:828Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2023 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht (art. 2:25 BW, art. 2:334t BW). Vermogensrecht (art. 3:45 BW, art. 3:166 BW). Verbintenissenrecht (art. 6:2 BW, art. 6:6 BW). Procesrecht (o.a. art. 24-25 Rv). Kan bij…

  • ECLI:NL:PHR:2013:921Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2013 (civiel recht)

    Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. Vernietiging juridische afsplitsing op grond van actio pauliana (art. 42 Fw)? Art. 2:334u BW: exclusief stelsel voor de vernietiging van splitsing? Matiging…

  • ECLI:NL:PHR:2013:922Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2013 (civiel recht)

    Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. Vernietiging juridische afsplitsing op grond van actio pauliana (art. 42 Fw)? Art. 2:334u BW: exclusief stelsel voor de vernietiging van splitsing? Matiging…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:4167Rechtbank Noord-Holland, 15 april 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Vonnis in incident in kort geding: moet gedaagden verboden worden verdere acties te ondernemen totdat in het reeds geplande kort geding een behandeling heeft plaatsgevonden en daarop is beslist? De…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:116Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 januari 2025 (insolventierecht)

    Renvooiprocedure. Is sprake van rechtsgeldige overgang van vordering? Juridische splitsing. Cessie.

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:12894Rechtbank Noord-Holland, 18 december 2024 (verbintenissenrecht)

    Verzet tegen juridische splitsing als bedoeld in artikel 2:334l BW ongegrond. Tevens geen wanprestatie of onrechtmatige daad.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:17156Rechtbank Den Haag, 24 november 2021 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Schorsing geding op grond van artikel 225 lid 1 (c) Rv ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel bij splitsing rechtspersoon procederende partij.

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.