Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:36 BW

Opzegging van het lidmaatschap redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    Tenzij de statuten anders bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd tegen het eind van het boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

  2. 2

    Een opzegging in strijd met het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

  3. 3

    Een lid kan voorts zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing. Deze bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij de statuten worden ontzegd voor het geval van wijziging van de daar nauwkeurig omschreven rechten en verplichtingen en voorts in het algemeen voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen.

  4. 4

    Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1156Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2024 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht. Coöperatie (art. 2:60 BW). Geschil tussen coöperatie en voormalig lid over verschuldigd zijn van uittreedvergoeding door lid aan coöperatie o.g.v. overeenkomst tussen partijen.…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BC1240Parket bij de Hoge Raad, 15 februari 2008 (civiel recht)

    Huurgeschil tussen een coöperatie van/voor drogisterij-ondernemingen (DA) en voormalig lid over de beëindiging van hun samenwerkingsovereenkomst en huurovereenkomst winkelruimte (81 RO).

  • ECLI:NL:PHR:2001:AD3970Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2001 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2001:AD5319Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2001 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26862Rechtbank Den Haag, 16 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht. Beëindiging lidmaatschap coöperatieve vereniging van eigenaren winkelcentrum (art. 2:60 BW). Onmiddellijke opzegging (art.2:36, eerste lid, tweede volzin, BW). Derdenbeding.…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:1973Rechtbank Oost-Brabant, 26 maart 2026 (civiel recht)

    Drie minderjarigen die door hun handbalvereniging zijn geroyeerd als lid, keren niet tijdelijk terug bij hun team. De minderjarigen hadden eerst intern tegen het besluit tot royement in beroep moeten…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:2128Rechtbank Rotterdam, 12 maart 2024 (civiel recht)

    Kort geding. Opschorting van de opzeggingsbrieven van de vereniging. Toewijzing. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is in dit geval geen zorgvuldige procedure gevoerd die heeft…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:1073Rechtbank Noord-Holland, 6 februari 2024 (verbintenissenrecht)

    Gedaagde, een volkstuintjesvereniging, heeft het lidmaatschap van eiser opgezegd omdat hij zich gedurende langere tijd en bij herhaling, ondanks herhaalde waarschuwingen, niet aan de statuten van de…

36 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.