Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:196a BW

Geldt sinds 23 april 2002

  1. 1

    De levering van een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig artikel 196 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap. Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 196b, dan wel deze heeft erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.

  2. 2

    De vennootschap die kennis draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 196b lid 1 aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in artikel 196b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.

  3. 3

    Indien een rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2004:AO3339Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2004 (belastingrecht)

    Artikelen 4.41, lid 1 en 3.55, lid 2 Wet IB 2001. Fusiefaciliteit, stemrechten, vervreemding aandelen onmiddellijk na ruil.

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:2605Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2021 (civiel recht)

    nakoming overdracht (afnemen) aandelen. bestaan en inhoud overeenkomst betwist. wie is partij? bindend advies inz koopprijs? artt 7:904, 6:248 BW. meewerken levering en goedkeuring toegewezen.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:2014Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2020 (civiel recht)

    Vervolg van tussenarrest 1 oktober 2019. Anders dan de eerste rechter oordeelde, staat art. 25 Fw niet in de weg aan de ontvankelijkheid van de appellanten in hun vorderingen. De vorderingen zijn…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:1867Rechtbank Amsterdam, 13 maart 2019 (civiel recht)

    Ontvankelijk in vorderingen na faillissement (artikel 25 Fw)? Onrechtmatige uitlatingen curator?

  • ECLI:NL:RBHAA:2011:BP9884Rechtbank Haarlem, 16 februari 2011 (civiel recht)

    Incidentele vordering ex artikel 843a Rv (exhibitieplicht). Vordering afgewezen omdat niet is voldaan aan het vereiste dat de partij die om de bescheiden verzoekt een rechtmatig belang daarbij heeft.

  • ECLI:NL:RBARN:2010:BM7528Rechtbank Arnhem, 26 mei 2010 (civiel recht)

    De rechtbank laat eisers toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat is overeengekomen dat eisers aandelen hebben verkocht aan SVL Holding en dat J&S Holding zich heeft…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.