Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:130 BW

Vertegenwoordiging van de vennootschap redactionele omschrijving

Geldt sinds 23 april 2002

  1. 1

    Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

  2. 2

    De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.

  3. 3

    Bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden ingeroepen.

  4. 4

    De statuten kunnen ook aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging toekennen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:201Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht; verzoek voorlopig getuigenverhoor (art. 186 lid 1 Rv); maatstaf toe-/afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor; verzoek art. 843a Rv; maatstaf ‘rechtsbetrekking’; arrest Semtex/X

  • ECLI:NL:PHR:2020:290Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2020 (verbintenissenrecht)

    Vennootschapsrecht. Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Functie van bestuurder (statutair directeur) en van vestigingsmanager/patiëntbehandelaar. Grondslag van aanvullende vergoedingen voor verrichte…

  • ECLI:NL:PHR:2020:283Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2020 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van bestuurder van benadeelde rechtspersoon ten aanzien van de onrechtmatige daad van een derde als…

  • ECLI:NL:PHR:2019:813Parket bij de Hoge Raad, 1 oktober 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG over voeging b.p., een rechtspersoon en gebreken in de vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 51g en 421 Sv). In onderhavig geval heeft het hof vastgesteld dat aan de…

  • ECLI:NL:OGEAA:2023:130Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 24 mei 2023 (civiel recht)

    Kort Geding. Artikel 2:175 lid 2 BW. Vordering afgewezen

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:2110Rechtbank Limburg, 22 februari 2023 (civiel recht)

    Deel van de vordering verjaard

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:2480Rechtbank Gelderland, 18 mei 2022 (ondernemingsrecht)

    Art. 2:14 BW, art.2:15 lid 1 sub a BW, vernietiging AvA-besluiten, art. 2:130 BW, opdracht aan advocaat van 1 van de 2 bestuurders, beroep op 2:15 lid 4 BW, geen AvA- ratificatie vereist van besluit…

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:6463Rechtbank Amsterdam, 29 september 2021 (civiel recht)

    Overeenkomst met BV of diens bestuurder? Maatstaf Kribbebijter en het moment waarop de overeenkomst werd gesloten.

40 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.