Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:138 BW

Aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement (nv) redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    In geval van faillissement van de naamloze vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

  2. 2

    Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.

  3. 3

    Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

  4. 4

    De rechter kan het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld. De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als zodanig in functie is geweest in de periode waarin de onbehoorlijke taakvervulling plaats vond.

  5. 5

    Is de omvang van het tekort nog niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  6. 6

    De vordering kan slechts worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de vordering niet in de weg. De bestuurder is niet bevoegd tot verrekening met een vordering op de vennootschap.

  7. 7

    Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen een door de rechter benoemde bewindvoerder of een door de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam aangestelde bestuurder als bedoeld in artikel 356, onder c.

  8. 8

    Dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van artikel 9.

  9. 9

    Indien een bestuurder ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing.

  10. 10

    Indien de boedel ontoereikend is voor het instellen van een rechtsvordering op grond van dit artikel of artikel 9 of voor het instellen van een voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheid daartoe, kan de curator Onze Minister van Justitie verzoeken hem bij wijze van voorschot de benodigde middelen te verschaffen. Onze Minister kan regels stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek en de grenzen waarbinnen het verzoek kan worden toegewezen. Het verzoek moet de gronden bevatten waarop het berust, alsmede een beredeneerde schatting van de kosten en de omvang van het onderzoek. Het verzoek, voor zover het betreft het instellen van een voorafgaand onderzoek, behoeft de goedkeuring van de rechter-commissaris.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:819Parket bij de Hoge Raad, 28 augustus 2026 (belastingrecht)

    Negatief loon, aan werkgever betaalde wettelijke rente vanwege terugbetaling ontslagvergoeding, art. 3.81 Wet IB jo. art. 10(1) Wet LB.

  • ECLI:NL:HR:2025:1899Hoge Raad, 12 december 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Aan grief te stellen eisen. Verwijzing door appellant naar stellingen in eerste aanleg; grief voldoende gepreciseerd en gemotiveerd?

  • ECLI:NL:PHR:2025:723Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Aan grief te stellen eisen; verwijzing door appellant naar stellingen in eerste aanleg; grief voldoende gepreciseerd en gemotiveerd?

  • ECLI:NL:PHR:2025:647Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2025 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Formele rechtskracht belastingaanslagen. Art. 1.1.5 Leidraad Invordering 2008. Een door een faillissementscurator wegens onrechtmatige benadeling aangesproken partij stelt…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:6404Rechtbank Overijssel, 5 november 2025 (civiel recht)

    Bestuursaansprakelijkheid waaronder bestuursverbod tussenvonnis m.b.t. opdracht curator tot aanleveren uittreksel.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2379Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 september 2025 (ondernemingsrecht)

    Faillissement stichting. Is sprake van een feitelijk beleidsbepaler in de zin van artikel 2:138 lid 7 BW? Hebben de bestuurders het bewijsvermoeden van artikel 2:138 lid 2 BW ontzenuwd? Toepassing…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:1350Rechtbank Gelderland, 12 februari 2025 (civiel recht)

    Peeters/Gatzen-vordering curator tegen (gelieerde) stichtingen en oud-bestuurder failliet. Maatstaf feitelijk beleidsbepaler niet van toepassing bij onrechtmatige daad 6:162 BW. Vordering curator…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:1351Rechtbank Gelderland, 12 februari 2025 (civiel recht)

    Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement stichting. Artikelen 2:138 BW en 2:300a BW. Bestuurders aansprakelijk voor boedeltekort. Voorschot toegewezen. Verwijzing schadestaat.

148 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.