Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:443 BW

Geldt sinds 1 juni 2006

  1. 1

    Waardepapieren met een vaste rente of van de rentestand afhankelijke rente die tot de beleggingen behoren, worden op de grondslag van de actuele waarde of tegen de aflossingswaarde gewaardeerd, onverminderd de toepassing van artikel 387 lid 4. Indien deze waardepapieren geen aflossingswaarde kennen, worden zij op grondslag van de actuele waarde of tegen de verkrijgingsprijs gewaardeerd, onverminderd de toepassing van artikel 387 lid 4.

  2. 2

    Indien deze waardepapieren tegen aflossingswaarde op de balans worden opgenomen, wordt het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de aflossingswaarde vermeld en over de jaren sinds de aanschaf gespreid als resultaat verantwoord. Het verschil mag ook in één keer als resultaat worden verantwoord, indien de verkrijgingsprijs hoger was dan de aflossingswaarde.

  3. 3

    Vervallen.

  4. 4

    De vorderingen uit leningen voor welke zakelijke zekerheid is gesteld en de andere vorderingen uit leningen, bedoeld in artikel 430 lid 4, onder d en e, mogen eveneens tegen aflossingswaarde worden gewaardeerd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BO1999Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2010 (belastingrecht)

    81 RO (conform conclusie A-G). Geen toepassing ruilarresten bij aanpassing van de beleggingsportefeuille van een pensioenfonds bij de overgang van opbouwfonds naar uitsluitend uitkeringsfonds.

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE1535Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2002 (belastingrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.