Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:105 BW

Uitkeringen aan aandeelhouders redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2004

  1. 1

    Voor zover bij de statuten niet anders is bepaald, komt de winst de aandeelhouders ten goede.

  2. 2

    De naamloze vennootschap kan aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar eigen vermogen groter is dan het bedrag van het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.

  3. 3

    Uitkering van winst geschiedt na de vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij geoorloofd is.

  4. 4

    De vennootschap mag tussentijds slechts uitkeringen doen, indien de statuten dit toelaten en aan het vereiste van het tweede lid is voldaan blijkens een tussentijdse vermogensopstelling. Deze heeft betrekking op de stand van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de maand waarin het besluit tot uitkering bekend wordt gemaakt. Zij wordt opgemaakt met inachtneming van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden. In de vermogensopstelling worden de krachtens de wet of de statuten te reserveren bedragen opgenomen. Zij wordt ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. De vennootschap legt de vermogensopstelling ten kantore van het handelsregister neer binnen acht dagen na de dag waarop het besluit tot uitkering wordt bekend gemaakt.

  5. 5

    Bij de berekening van de winstverdeling tellen de aandelen die de vennootschap in haar kapitaal houdt, mede, tenzij bij de statuten anders is bepaald.

  6. 6

    Bij de berekening van het winstbedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, komt slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale bedrag van de aandelen in aanmerking, tenzij bij de statuten anders is bepaald.

  7. 7

    De statuten kunnen bepalen dat de vordering van een aandeelhouder niet door verloop van vijf jaren verjaart, doch eerst na een langere termijn vervalt. Een zodanige bepaling is alsdan van overeenkomstige toepassing op de vordering van een houder van een certificaat van een aandeel op de aandeelhouder.

  8. 8

    Een uitkering in strijd met het tweede of vierde lid moet worden terugbetaald door de aandeelhouder of andere winstgerechtigde die wist of behoorde te weten dat de uitkering niet geoorloofd was.

  9. 9

    Geen van de aandeelhouders kan geheel worden uitgesloten van het delen in de winst.

  10. 10

    De statuten kunnen bepalen dat de winst waartoe houders van aandelen van een bepaalde soort gerechtigd zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen behoeve wordt gereserveerd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:58Parket bij de Hoge Raad, 21 januari 2022 (belastingrecht)

    Dividendvordering in CHF op Zwitserse dochter strekkende tot uitdeling van een US$-vordering op Bermuda-groepsmaatschappij. Dooruitdeling van die US$-vordering ruim een maand later. Valutawinst in €…

  • ECLI:NL:PHR:2019:169Parket bij de Hoge Raad, 22 februari 2019 (belastingrecht)

    Renteaftrek: eigen of vreemd vermogen? Achtergestelde en fixed to floating rentedragende perpetual securities met onbepaalde looptijd; (i) civielrechtelijk een geldlening? Overeenkomst van…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ9145Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2013 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Vordering tot vernietiging besluiten op de voet van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder a en b, BW. Art. 2:8 BW; redelijkheid en billijkheid; plicht tot zorgvuldige belangenafweging…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV1758Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2012 (civiel recht)

    Art. 2:86d BW; verzoek verstrekking duplicaten (van de mantels) van vermiste aandelenbewijzen. Onder belanghebbenden in de zin van art. 2:86d lid 4 BW worden niet allleen rechthebbenden op de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:5584Rechtbank Amsterdam, 30 juli 2025 (civiel recht)

    Vordering obligatiehouders op bestuurders van start-up Elements Netherlands B.V. afgewezen. De obligatiehouders zoeken verhaal voor hun schade omdat Elements Netherlands B.V. failliet is en hun…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:2995Rechtbank Midden-Nederland, 6 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    De subsidies van eisers zijn op grond van de NOW-1 vastgesteld op nihil, omdat eisers bij hun aanvraag geen verklaring over dividenduitkeringen hebben overgelegd van het groepshoofd van hun concern…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:12128Rechtbank Noord-Holland, 7 december 2022 (civiel recht)

    Beroep op leerstuk van 'vereenzelviging'. Voor toepassing van het (strikte) leerstuk van vereenzelviging zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld. Niet gebleken dat sprake is van misbruik…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1326Gerechtshof Den Haag, 5 juli 2022 (ondernemingsrecht)

    Uitkeringen van winst en ten laste van reserves niet in strijd met artikel 2:216 (oud) BW. Inkoop van eigen aandelen niet in strijd met artikel 2:207 (oud) BW. Geen onrechtmatig handelen van…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.