Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:349 BW

Voorafgaande kennisgeving van bezwaren aan bestuur en commissarissen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    De verzoekers en de advocaat-generaal zijn niet ontvankelijk, indien niet blijkt dat zij schriftelijk tevoren hun bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken hebben kenbaar gemaakt aan het bestuur en de raad van commissarissen en sindsdien een zodanige termijn is verlopen dat de rechtspersoon redelijkerwijze de gelegenheid heeft gehad deze bezwaren te onderzoeken en naar aanleiding daarvan maatregelen te nemen. De vorige zin is niet van toepassing indien het verzoek is gedaan door de rechtspersoon. In dat geval worden de raad van commissarissen onderscheidenlijk het bestuur en de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van het voornemen om het verzoek in te dienen onderscheidenlijk het indienen van het verzoek. Voor de toepassing van dit lid wordt met een raad van commissarissen gelijkgesteld een toezichthoudend orgaan dat bij of krachtens de statuten van de rechtspersoon is ingesteld.

  2. 2

    Een vereniging van werknemers is voorts niet ontvankelijk, indien zij niet tevoren de ondernemingsraad die is verbonden aan een onderneming die de rechtspersoon zelfstandig of als volledig aansprakelijke vennoot in stand houdt, in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk van zijn gevoelen te doen blijken. De advocaat-generaal deelt bij zijn verzoek mede of hij de ondernemingsraad in de gelegenheid heeft gesteld van zijn gevoelen te doen blijken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:584Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:585Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1240Parket bij de Hoge Raad, 23 december 2022 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Afwijzing door OK van verzoeken tot vaststelling van (verantwoordelijkheid van bepaalde personen voor) wanbeleid, het treffen van voorzieningen…

  • ECLI:NL:HR:2022:1705Hoge Raad, 18 november 2022 (civiel recht)

    Caribische zaak. Enquêterecht. Havenbedrijf Sint Maarten. Enquêteverzoek van OM om redenen van openbaar belang. Afweging van belangen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2249Gerechtshof Amsterdam, 13 augustus 2026 (ondernemingsrecht)

    Enquêteprocedure; onderzoek gelast; benoeming bestuurder met beslissende stem.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3929Rechtbank Oost-Brabant, 3 juni 2026 (civiel recht)

    Vordering inzake bestuurdersaansprakelijkheid van een minderheidsaandeelhouder jegens twee bestuurders van een besloten vennootschap, nadat de Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat sprake is…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1350Gerechtshof Amsterdam, 14 april 2026 (ondernemingsrecht)

    OK; enquête; eerste fase; niet-ontvankelijk; afwijzing

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:2097Rechtbank Den Haag, 29 januari 2026 (civiel recht)

    Schorsing en ontslag stichtingsbestuurder ex art. 2:298 BW

181 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.