Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:207 BW

Verkrijging van eigen aandelen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2012

  1. 1

    Het bestuur beslist over de verkrijging van aandelen in het kapitaal van de vennootschap. Verkrijging door de vennootschap van niet volgestorte aandelen in haar kapitaal is nietig.

  2. 2

    De vennootschap mag, behalve om niet, geen volgestorte eigen aandelen verkrijgen indien het eigen vermogen, verminderd met de verkrijgingsprijs, kleiner is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden of indien het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na de verkrijging niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden.

  3. 3

    Indien de vennootschap na een verkrijging anders dan om niet niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde van de verkrijging wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien, jegens de vennootschap hoofdelijk verbonden tot vergoeding van het tekort dat door de verkrijging is ontstaan, met de wettelijke rente vanaf de dag van de verkrijging. Artikel 248 lid 5 is van overeenkomstige toepassing. Niet verbonden is de bestuurder die bewijst dat het niet aan hem te wijten is dat de vennootschap de aandelen heeft verkregen en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikellid gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door de rechter benoemde bewindvoerder. De vervreemder van de aandelen die wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de vennootschap na de verkrijging niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden is jegens de vennootschap gehouden tot vergoeding van het tekort dat door de verkrijging van zijn aandelen is ontstaan, voor ten hoogste de verkrijgingsprijs van de door hem vervreemde aandelen, met de wettelijke rente vanaf de dag van de verkrijging. Indien de bestuurders de vordering uit hoofde van de eerste zin hebben voldaan, geschiedt de in de vorige zin bedoelde vergoeding aan de bestuurders, naar evenredigheid van het gedeelte dat door ieder der bestuurders is voldaan. De bestuurders en de vervreemder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.

  4. 4

    De statuten kunnen de verkrijging door de vennootschap van eigen aandelen uitsluiten of beperken.

  5. 5

    De vorige leden gelden niet voor aandelen die de vennootschap onder algemene titel verkrijgt.

  6. 6

    Onder het begrip aandelen in dit artikel zijn certificaten daarvan begrepen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:467Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2020 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Is tijdig ingesteld cassatieberoep tegen door de ondernemingskamer getroffen voorzieningen niet-ontvankelijk op de grond dat de enquêteprocedure nadien…

  • ECLI:NL:PHR:2020:102Parket bij de Hoge Raad, 31 januari 2020 (belastingrecht)

    Overnamefinancieringsstructuur; weigering renteaftrek op convertible lening verstrekt door de eigenvermogensverschaffers. Schijnlening? Deelnemerschapslening? onzakelijke lening? Rente niet op…

  • ECLI:NL:PHR:2020:111Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Algemene vergadering van aandeelhouders van BV ontslaat bestuurder zonder kennisneming van diens raadgevende stem (art. 2:227 lid 7 BW). Klacht tegen oordeel…

  • ECLI:NL:PHR:2019:169Parket bij de Hoge Raad, 22 februari 2019 (belastingrecht)

    Renteaftrek: eigen of vreemd vermogen? Achtergestelde en fixed to floating rentedragende perpetual securities met onbepaalde looptijd; (i) civielrechtelijk een geldlening? Overeenkomst van…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1540Gerechtshof Amsterdam, 9 juni 2026 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Artikel 2:15 BW: vordering tot vernietiging van besluiten van door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder. Uitkeringstest van artikel 2:207 lid 2 BW is geen besluit. Vordering…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:411Gerechtshof Amsterdam, 19 februari 2026 (ondernemingsrecht)

    OK; geschillenregeling; uittreding; certificaathouders; toewijzing; geen eigen regeling; geen afwijkende peildatum

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4633Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2026 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht; uitoefening put-optie; uitleg aandeelhoudersovereenkomst; verschuldigde rente; schuldeisersverzuim; bestuurdersaansprakelijkheid.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:293Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2026 (civiel recht)

    Geschil tussen aandeelhouders. Conservatoire beslagen gelegd als zekerheid voor betaling van koopsom voor aandelen in het kader van een vordering tot uittreding. Zonder waardebepaling van de aandelen…

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.