Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:355 BW

Vaststelling van wanbeleid en treffen van voorzieningen redactionele omschrijving

Geldt sinds 12 juni 2015

  1. 1

    Indien uit het verslag van wanbeleid is gebleken, kan de ondernemingskamer op verzoek van de oorspronkelijke verzoekers en, indien het verslag voor hen ter inzage ligt, op verzoek van anderen die aan de in artikel 346 of 347 van dit Boek gestelde vereisten voldoen, of op verzoek van de advocaat-generaal, ingesteld om redenen van openbaar belang, een of meer van de in het volgende artikel genoemde voorzieningen treffen, welke zij op grond van de uitkomst van het onderzoek geboden acht.

  2. 2

    Het verzoek moet worden gedaan binnen twee maanden na nederlegging van het verslag ter griffie.

  3. 3

    De artikelen 348 en 349a zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    In het geval, bedoeld in artikel 348, neemt de ondernemingskamer geen beslissing, alvorens de in dat artikel genoemde, op de rechtspersoon toezichthoudende instelling in de gelegenheid te hebben gesteld over het verzoek te worden gehoord.

  5. 5

    De ondernemingskamer kan haar beslissing voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien de rechtspersoon op zich neemt, bepaalde maatregelen te treffen die een einde maken aan het wanbeleid of die de gevolgen welke daaruit zijn voortgevloeid, zoveel mogelijk ongedaan maken of beperken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:584Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:585Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als…

  • ECLI:NL:HR:2026:403Hoge Raad, 13 maart 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Art. 2:355 BW. Is ondernemingskamer steeds gehouden verzoek tot vaststelling van wanbeleid toe te wijzen indien sprake is van ernstige gebreken…

  • ECLI:NL:PHR:2025:916Parket bij de Hoge Raad, 29 augustus 2025 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefaseprocedure. Afwijzing verzoeken tot vaststelling wanbeleid, treffen voorzieningen en kostenverhaal.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1746Gerechtshof Amsterdam, 11 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer; enquêterecht; geen verzoek als bedoeld in artikel 2:355 lid 1 BW ingediend binnen de in de tweede lid van dat artikel genoemde termijn van twee maanden na nederlegging van het…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:865Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31 maart 2026 (ondernemingsrecht)

    Artikel 2:9 BW, artikel 2:11 BW Bestuurdersaansprakelijkheid; uitbetalen van bestuurdersbeloning zonder dat een op grond van de statuten van de rechtspersoon noodzakelijk besluit van de AVA tot…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:571Gerechtshof Amsterdam, 2 februari 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer; enquêterecht; beëindigingsbeschikking; functionarissen ontheven uit functies.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:3290Gerechtshof Amsterdam, 11 december 2025 (ondernemingsrecht)

    OK ; enquêterecht ; tweede fasebeslissing ; de Ondernemingskamer verstaat dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid bij Eukairos Holding B.V. (voorheen Centric Holding B.V.) en stelt vast…

202 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.