Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:244 BW

Geldt sinds 12 april 2002

  1. 1

    Een persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, kan geen beroep doen op een beding in een overeenkomst met een partij die terzake van de goederen of diensten waarop die overeenkomst betrekking heeft, met gebruikmaking van algemene voorwaarden overeenkomsten met haar afnemers heeft gesloten, voor zover een beroep op dat beding onredelijk zou zijn wegens zijn nauwe samenhang met een in de algemene voorwaarden voorkomend beding dat krachtens deze afdeling is vernietigd of door een uitspraak als bedoeld in artikel 240 lid 1 is getroffen.

  2. 2

    Is tegen de gebruiker een vordering als bedoeld in artikel 240 lid 1 ingesteld, dan is hij bevoegd die persoon in het geding te roepen teneinde voor recht te horen verklaren dat een beroep als bedoeld in het vorige lid onredelijk zou zijn. Artikel 241 leden 2, 3 onder c, 4 en 5 alsmede de artikelen 210, 211 en 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Op de uitspraak is artikel 242 van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Op eerdere overeenkomsten met betrekking tot de voormelde goederen en diensten zijn de leden 1-3 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2015:7848Rechtbank Amsterdam, 11 november 2015 (civiel recht)

    Bepaalde standaardbedingen die zijn opgenomen in de contractsdocumentatie van ABN AMRO voor euribor-hypotheken, zijn door de rechtbank in Amsterdam vernietigd. Het gaat om bedingen uit hoofde waarvan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2013:1437Gerechtshof Amsterdam, 7 mei 2013 (civiel recht)

    Kort geding; huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW; opzegging huurovereenkomst tot stand gekomen tussen twee besloten vennootschappen; huurovereenkomst…

  • ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7117Rechtbank Rotterdam, 12 april 2013 (civiel recht)

    Niet hebben feitelijk hoofdverblijf in gehuurde woning, o.a. wegens detentie, levert in dit geval strijd op met goed huurderschap ex artikel 7:213 BW; betwisting dat er wel feitelijk hoofdverblijf…

  • ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9788Rechtbank Amsterdam, 21 november 2012 (civiel recht)

    Opzegtermijn van zes maanden is onredelijk bezwarend jegens de huurder. Huurder neemt een met een consument vergelijkbare positie in, zodat een reflexwerking van artikel 6:237 aanhef en onder l BW…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.