Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:240 BW

Collectieve actie tegen onredelijk bezwarende bedingen redactionele omschrijving

Geldt sinds 25 juni 2023

  1. 1

    Op vordering van een rechtspersoon als bedoeld in lid 3 kunnen bepaalde bedingen in bepaalde algemene voorwaarden onredelijk bezwarend worden verklaard; de artikelen 233 onder a, 236 en 237 zijn van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de vorige zin wordt een beding in algemene voorwaarden dat in strijd is met een dwingende wetsbepaling, als onredelijk bezwarend aangemerkt. Bij de beoordeling van een beding blijft de uitlegregel van artikel 238 lid 2, tweede zin, buiten toepassing.

  2. 2

    De vordering kan worden ingesteld tegen de gebruiker, alsmede tegen een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die ten doel heeft de behartiging van de belangen van personen die een beroep of bedrijf uitoefenen, indien hij het gebruik van de algemene voorwaarden door die personen bevordert.

  3. 3

    De vordering komt toe aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die ten doel hebben de behartiging van belangen van personen die een beroep of bedrijf uitoefenen of van eindgebruikers van niet voor een beroep of bedrijf bestemde goederen of diensten. Zij kan slechts betrekking hebben op algemene voorwaarden die worden gebruikt of bestemd zijn te worden gebruikt in overeenkomsten met personen wier belangen door de rechtspersoon worden behartigd.

  4. 4

    De eiser is niet ontvankelijk indien niet blijkt dat hij, alvorens de vordering in te stellen, de gebruiker of, in het geval bedoeld in artikel 1003 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de aldaar bedoelde vereniging, de gelegenheid heeft geboden om in onderling overleg de algemene voorwaarden zodanig te wijzigen dat de bezwaren die grond voor de vordering zouden opleveren, zijn weggenomen. Een termijn van twee weken na de ontvangst van een verzoek tot overleg onder vermelding van de bezwaren, is daartoe in elk geval voldoende.

  5. 5

    Voor zover een rechtspersoon met het gebruik van bedingen in algemene voorwaarden heeft ingestemd, komt hem geen vordering als bedoeld in lid 1 toe.

  6. 6

    Met een rechtspersoon als bedoeld in lid 3 wordt gelijk gesteld een organisatie of openbaar lichaam met zetel buiten Nederland welke geplaatst is op de lijst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409), mits de vordering betrekking heeft op algemene voorwaarden die worden gebruikt of bestemd zijn te worden gebruikt in overeenkomsten met personen die hun gewone verblijfplaats hebben in het land waar de organisatie of het openbaar lichaam gezeteld is, en de organisatie deze belangen ingevolge haar doelstelling behartigt of aan het openbaar lichaam de behartiging van deze belangen is toevertrouwd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1204Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Algemene voorwaarden netbeheerder. Onredelijk bezwarend beding. Aansprakelijkheidsbeperking. Gebruiker geslaagd in weerleggen vermoeden art. 6:237, aanhef en onder f, BW? Beroep van gebruiker op…

  • ECLI:NL:PHR:2024:770Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2024:771Parket bij de Hoge Raad, 19 juli 2024 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.

  • ECLI:NL:PHR:2024:639Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2024 (verbintenissenrecht)

    Dekking onder opstalverzekering. Consumentenovereenkomst. Uitleg contra proferentem. Voor wiens risico komt optreden van tussenpersoon?

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:1555Rechtbank Amsterdam, 4 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    WAMCA-zaak. Volgens de belangenorganisatie heeft X Corp c.s. (Twitter) persoonsgegevens verzameld via gratis mobiele apps en deze gegevens vervolgens gedeeld met derden. Ontvankelijkheidsvereisten…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:4264Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2024 (civiel recht)

    De vordering van de Stichting ICAM tot een schadevergoeding voor alle 6,5 miljoen mensen die tijdens de coronapandemie hun persoonsgegevens aan een GGD hadden toevertrouwd, kan niet worden toegewezen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:20Rechtbank Oost-Brabant, 5 januari 2024 (civiel recht)

    schorsing landelijk stadionverbod voor 10 jaar wegens groepsbelediging; proportionaliteit; prognose bodemprocedure

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3341Gerechtshof Amsterdam, 21 november 2023 (civiel recht)

    Incident tot voeging. Collectieve actie van FNV en CNV tegen Temper in de hoofdzaak. De afwijzing van de vordering van FreeFlex om te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van Temper…

38 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.