Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:242 BW

Geldt sinds 12 april 2002

  1. 1

    Op vordering van een of meer van degenen tegen wie de in artikel 240 lid 1 bedoelde uitspraak is gedaan, kan de rechter die uitspraak wijzigen of opheffen op grond dat zij tengevolge van een wijziging in de omstandigheden niet langer gerechtvaardigd is. De vordering wordt ingesteld tegen de rechtspersoon op wiens vordering de uitspraak was gedaan.

  2. 2

    Indien de rechtspersoon op wiens vordering de uitspraak was gedaan, is ontbonden, wordt de zaak met een verzoekschrift ingeleid. Voor de toepassing van artikel 279 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden rechtspersonen als bedoeld in artikel 240 lid 3 als belanghebbenden aangemerkt.

  3. 3

    Artikel 241 leden 1, 2, 3 onder c en 5 is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De vorige leden zijn niet van toepassing voor zover de uitspraak betrekking had op een beding dat door de wet als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2015:7848Rechtbank Amsterdam, 11 november 2015 (civiel recht)

    Bepaalde standaardbedingen die zijn opgenomen in de contractsdocumentatie van ABN AMRO voor euribor-hypotheken, zijn door de rechtbank in Amsterdam vernietigd. Het gaat om bedingen uit hoofde waarvan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2013:1437Gerechtshof Amsterdam, 7 mei 2013 (civiel recht)

    Kort geding; huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW; opzegging huurovereenkomst tot stand gekomen tussen twee besloten vennootschappen; huurovereenkomst…

  • ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7117Rechtbank Rotterdam, 12 april 2013 (civiel recht)

    Niet hebben feitelijk hoofdverblijf in gehuurde woning, o.a. wegens detentie, levert in dit geval strijd op met goed huurderschap ex artikel 7:213 BW; betwisting dat er wel feitelijk hoofdverblijf…

  • ECLI:NL:RBAMS:2012:BY9788Rechtbank Amsterdam, 21 november 2012 (civiel recht)

    Opzegtermijn van zes maanden is onredelijk bezwarend jegens de huurder. Huurder neemt een met een consument vergelijkbare positie in, zodat een reflexwerking van artikel 6:237 aanhef en onder l BW…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.