Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:88 BW

Termijnstelling aan de schuldeiser voor zijn keuze redactionele omschrijving

Geldt sinds 12 april 2002

  1. 1

    De schuldenaar die in de nakoming van zijn verbintenis is tekort geschoten, kan aan de schuldeiser een redelijke termijn stellen, waarbinnen deze moet mededelen welke van de hem bij de aanvang van de termijn ten dienste staande middelen hij wenst uit te oefenen, op straffe van slechts aanspraak te kunnen maken: a.op de schadevergoeding waarop de tekortkoming recht geeft en, zo de verbintenis strekt tot betaling van een geldsom, op die geldsom; b.op ontbinding van de overeenkomst waaruit de verbintenis voortspruit, indien de schuldenaar zich erop beroept dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.

  2. 2

    Heeft de schuldeiser nakoming verlangd, doch wordt daaraan niet binnen een redelijke termijn voldaan, dan kan hij al zijn rechten wederom doen gelden; het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:185Parket bij de Hoge Raad, 16 februari 2024 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Reikwijdte van décharge en art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Reikwijdte van art. 6:89 BW-klachtplicht en vordering uit art. 2:9…

  • ECLI:NL:HR:2020:1954Hoge Raad, 4 december 2020 (civiel recht)

    Contractenrecht. Faillissementsrecht. Vervolg van HR 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729 (prejudiciële uitspraak). Curator van failliet aannemingsbedrijf vordert betaling van aanneemsommen voor…

  • ECLI:NL:PHR:2020:648Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2020 (civiel recht)

    Contractenrecht. Faillissementsrecht. Vervolg van HR 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729 (prejudiciële uitspraak). Curator van failliet aannemingsbedrijf vordert betaling van aanneemsommen voor…

  • ECLI:NL:PHR:2016:919Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2016 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Uitleg van art. 37 Fw. Verliest curator bij niet gestand doen overeenkomst ook het recht nakoming te vorderen van prestaties waarvoor de…

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:311Rechtbank Overijssel, 31 januari 2023 (civiel recht)

    Geschil over de uitvoering van een in 2016 gesloten overeenkomst m.b.t. starterswoningen. Centrale vraag is of de beoogde wijze van verkoop past binnen de in 2016 gesloten overeenkomst of dat…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:5071Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2021 (civiel recht)

    Dag voor aanvang van vakantie werd medegedeeld dat 60% kans was dat het verblijf gereed zou zijn. Grote mate van onzekerheid of het verblijf in de safaritent kon doorgaan. Vakantieganger kon daarom…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:3818Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 mei 2020 (personen- en familierecht)

    Omdat geen van de partijen grieven richt tegen de echtscheiding, is de echtscheiding onherroepelijk. Inschrijving echtscheiding kan tot zes maanden nadat beschikking hof in kracht van gewijsde is…

  • ECLI:NL:GHSHE:2018:714Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 februari 2018 (civiel recht)

    uitspraak na prejudiciële beslissing Hoge Raad over artikel 37 Fw, ongerechtvaardigde verrijking, schade, verrekening

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.