Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:278 BW

Geldt sinds 12 april 2002

  1. 1

    De partij die ontbinding kiest van een reeds uitgevoerde overeenkomst, nadat de verhouding in waarde tussen hetgeen wederzijds bij ongedaanmaking zou moeten worden verricht, zich te haren gunste heeft gewijzigd, is verplicht door bijbetaling de oorspronkelijke waardeverhouding te herstellen, indien aannemelijk is dat zij zonder deze wijziging geen ontbinding zou hebben gekozen.

  2. 2

    Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de partij te wier gunste de wijziging is ingetreden, op andere grond dan ontbinding de stoot tot ongedaanmaking geeft en aannemelijk is dat zij daartoe zonder deze wijziging niet zou zijn overgegaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:658Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Koop van aandelen wegens dwaling vernietigd. Toepassing van art. 3:53 lid 2 BW (bezwaarlijkheid van ongedaanmaking) mogelijk? Onbegrijpelijke en/of onjuiste afwijzing van…

  • ECLI:NL:HR:2019:1046Hoge Raad, 28 juni 2019 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; rentederivaat. Informatieverstrekking bij renteswap. Aan beroep op dwaling te stellen eisen; verschil met waarschuwingsplicht; bijzondere…

  • ECLI:NL:PHR:2019:331Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2019 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht; rentederivaat. Informatieverstrekking bij renteswap. Aan beroep op dwaling te stellen eisen; verschil met waarschuwingsplicht; bijzondere zorgplicht banken; HR 5 juni 2009…

  • ECLI:NL:PHR:2017:84Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2017 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding overeenkomst tot onderhuur bedrijfsruimte. Incidentele vordering tot zekerheidstelling (art. 235 Rv).

  • ECLI:NL:OGEAC:2026:172Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 4 mei 2026 (civiel recht)

    Praktijkovereenkomst-ontbinding-schade- kwalificatie ovk

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:4972Rechtbank Noord-Nederland, 5 december 2025 (civiel recht)

    Werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair op grond van artikel 7:686 BW (wanprestatie), subsidiair op grond van ernstig verwijtbaar handelen en meer subsidiair op grond van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1788Rechtbank Amsterdam, 13 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Effectenlease. Dexia. Waiver. 1:88 BW. Eega heeft tijdig een beroep op vernieiting van een van de overeenkomsten gedaan. Dexia dient aan afnemer te betalen al hetgeen hij ter zake van die…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1791Rechtbank Amsterdam, 6 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Effectenlease. Dexia. Waiver. 1:88 BW. Eega heeft tijdig een beroep op vernieiting van overeenkomsten gedaan. Dexia dient aan afnemer te betalen al hetgeen hij ter zake van die overeenkomst aan Dexia…

337 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.