Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:119b BW

Geldt sinds 16 maart 2013

  1. 1

    De schadevergoeding, verschuldigd door een overheidsinstantie wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in geval van een handelsovereenkomst met een overheidsinstantie in de wettelijke rente van die som met ingang van de dag volgend op de dag die is overeengekomen als uiterste dag van betaling tot en met de dag waarop de schuldenaar de geldsom heeft voldaan. Onder overheidsinstantie wordt verstaan de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling dan wel een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen als bedoeld in artikel 2 lid 2 van richtlijn nr. 2011/7 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (PbEU L48/11).

  2. 2

    Indien geen uiterste dag van betaling is overeengekomen, is de wettelijke rente van rechtswege verschuldigd: a.vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen, of b.indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat, of indien de schuldenaar de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft ontvangen, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de prestatie is ontvangen, of c.indien de schuldenaar een termijn heeft bedongen waarbinnen hij de ontvangen prestatie kan aanvaarden dan wel kan beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt, en indien hij de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, dan wel, indien hij zich niet over goedkeuring of aanvaarding uitspreekt, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgende op die waarop de termijn verstrijkt.

  3. 3

    Telkens na afloop van een jaar wordt het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

  4. 4

    De termijn bedoeld in lid 2 onder c bedraagt niet meer dan 30 dagen vanaf de datum van ontvangst van de prestatie, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn in de overeenkomst en aanbestedingsdocumenten opnemen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser, mede gelet op: a.de vraag of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken van de 30 dagen termijn; b.de aard van de prestatie; en c.elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.

  5. 5

    Bij overeenkomst kan niet van een uiterste dag van betaling van ten hoogste 30 dagen, overeenkomstig het tweede lid, worden afgeweken, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst opnemen en de bijzondere aard of eigenschappen van de overeenkomst dit objectief rechtvaardigen. De betalingstermijn bedraagt in dat geval ten hoogste 60 dagen.

  6. 6

    Geen wettelijke rente is verschuldigd wanneer de schuldeiser zelf in verzuim is.

  7. 7

    De wettelijke rente is verschuldigd behalve voor zover de vertraging niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

  8. 8

    Voor de toepassing van dit artikel wordt met de wettelijke rente gelijkgesteld een hogere overeengekomen rente.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:59Hoge Raad, 16 januari 2026 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting en belastingrente; art. 30hb AWR; art. 1, aanhef en letters a en b, van het Besluit belasting- en invorderingsrente; art. 1 Grondwet; artt. 6, 7 en 14 EVRM; art. 1 EP; art. 48…

  • ECLI:NL:PHR:2024:564Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2024 (civiel recht)

    Koerswijzigingsschade; art. 6:125 BW; relevante valuta; schadebegroting; abstractie bij schadevaststelling.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1283Parket bij de Hoge Raad, 29 november 2019 (burgerlijk procesrecht)

    Pensioenrecht. Procesrecht. Vraag of ondernemingen beroepsvervoer in 2006-2011 pensioenpremie over onregelmatigheidstoeslag verschuldigd waren aan bedrijfstakpensioenfonds. Principaal beroep (grenzen…

  • ECLI:NL:HR:2016:2227Hoge Raad, 30 september 2016 (civiel recht)

    Contractenrecht. Koopovereenkomst en economische eigendomsoverdracht van onroerende zaak; contractuele rente over het niet betaalde deel van de koopprijs. Schuldeisersverzuim (art. 6:58 e.v. BW) van…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3019Rechtbank Oost-Brabant, 6 mei 2026 (civiel recht)

    Overeenkomst van opdracht. Bouwbegeleiding. Onbetaald gelaten facturen. Geen grond voor gedeeltelijke ontbinding.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:575Rechtbank Midden-Nederland, 11 februari 2026 (civiel recht)

    Gedaagde heeft pensioenpremie werknemers te laat betaald. Pensioenfonds vordert alleen nog de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Die worden toegewezen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:7864Rechtbank Midden-Nederland, 10 december 2025 (civiel recht)

    Vertraging in de nakoming van koopovereenkomst. Uitleg van overeenkomst: leemte invullen op grond van redelijkheid en billijkheid. Contractuele rente verschuldigd.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:5866Rechtbank Noord-Nederland, 24 september 2025 (civiel recht)

    Managementovereenkomst, betaling vergoeding, verstek

67 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.