Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:177 BW

Aansprakelijkheid bij mijnbouwactiviteiten redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    De exploitant van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet is aansprakelijk voor de schade die ontstaat door: a.uitstroming van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Mijnbouwwet als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend; b.beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk.

  2. 2

    In dit artikel wordt onder exploitant van een mijnbouwwerk verstaan: a.de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6, 24b of 25 van de Mijnbouwwet, die een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft; b.een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen dan wel in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een vergunning als bedoeld in onderdeel a, tenzij hij in opdracht van een ander handelt die houder is van een vergunning als vorenbedoeld dan wel, indien die ander dat niet is, hij daarmee niet bekend was of behoorde te zijn.

  3. 3

    Voor schade door uitstroming van delfstoffen is aansprakelijk degene die ten tijde van de gebeurtenis waardoor de uitstroming plaatsvindt, exploitant van een mijnbouwwerk is. Indien na deze gebeurtenis een ander exploitant wordt van het mijnbouwwerk, blijft de aansprakelijkheid voor deze schade rusten op degene die ten tijde van die gebeurtenis exploitant was. Indien de gebeurtenis plaatsvindt nadat het mijnbouwwerk is verlaten, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant van het werk was, tenzij op het tijdstip van die gebeurtenis meer dan vijf jaren waren verstreken nadat het werk was verlaten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften.

  4. 4

    Voor schade door beweging van de bodem is aansprakelijk degene die ten tijde van het bekend worden van deze schade exploitant is. Indien na het bekend worden een ander exploitant wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden exploitant was. Indien deze schade bekend wordt na sluiting van het mijnbouwwerk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was.

  5. 5

    Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.

  6. 6

    Op verzoek van de wederpartij verstrekt de exploitant alle informatie waarover hij beschikt ten aanzien van de exploitatie, de bodemstructuur en bodembewegingen die benodigd is om te kunnen beoordelen of zijn verweer gegrond is. Het verstrekken van informatie kan achterwege blijven indien daarvoor gewichtige redenen zijn.

  7. 7

    Onverminderd de artikelen 5.1 en 5.2 van de wet open overheid staat de informatie ten aanzien van de exploitatie, de bodemstructuur en bodembewegingen waarover publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hun adviserende instanties beschikken op verzoek van de exploitant ter beschikking van de wederpartij, voor zover die informatie benodigd is om te kunnen beoordelen of het verweer van de exploitant gegrond is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:1534Hoge Raad, 15 oktober 2021 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Afwikkeling aardbevingsschade. Onrechtmatigheid van hinder en overlast jegens bewoners. Vraag wanneer aanspraak bestaat op vergoeding van vermogensschade wegens gederfd…

  • ECLI:NL:PHR:2021:517Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2021 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht; schade door sinkhole onder parkeergarage; BBr 2000; zuiver nalaten en bijzondere zorgplicht bij gevaarzetting; generalisatie; causaal toerekeningsverband.

  • ECLI:NL:PHR:2021:294Parket bij de Hoge Raad, 26 maart 2021 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Afwikkeling aardbevingsschade. Onrechtmatigheid van hinder en overlast jegens bewoners. Vraag wanneer aanspraak bestaat op vergoeding van vermogensschade wegens gederfd…

  • ECLI:NL:HR:2019:1278Hoge Raad, 19 juli 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art.…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6101Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2026 (civiel recht)

    Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2025:395. Schade aan woon-bedrijfspand in aardbevingsgebied Groningen. Begroting diverse schadeposten na uitgebracht deskundigenbericht.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2286Rechtbank Noord-Nederland, 12 juni 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over de eerste heffing die de Minister aan NAM op grond van artikel 15 van de Tijdelijke Wet Groningen (hierna: TwG) heeft opgelegd. Het gaat om kosten die het Instituut…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:3271Rechtbank Noord-Nederland, 30 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Aardbevingszaak. Renovatie flatgebouw. Vordering op grond van artikel 6:184 BW. In geschil is of eiseres extra kosten heeft moeten maken om te voldoen aan de richtlijn voor aardbevingsbestendig…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:2380Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 april 2025 (civiel recht)

    Aardbevingsschade. Overdracht rechten uit schademeldingen bij verkoop woning in het aardbevingsgebied. Verkoper meldt ten onrechte niet dat hij al een vergoeding voor sommige scheuren had ontvangen…

90 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.