Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:255 BW

Geldt sinds 12 april 2002

  1. 1

    Heeft een beding ten behoeve van een derde ten opzichte van die derde geen gevolg, dan kan degene die het beding heeft gemaakt, hetzij zichzelf, hetzij een andere derde als rechthebbende aanwijzen.

  2. 2

    Hij wordt geacht zichzelf als rechthebbende te hebben aangewezen, wanneer hem door degene van wie de prestatie is bedongen, een redelijke termijn voor de aanwijzing is gesteld en hij binnen deze termijn geen aanwijzing heeft uitgebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:94Rechtbank Noord-Nederland, 14 januari 2025 (civiel recht)

    Recht van eerste koop geschonden, geen matiging van de contractuele boete

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:1607Rechtbank Overijssel, 3 mei 2023 (civiel recht)

    De rechtbank besluit om het gevorderde af te wijzen en veroordeelt de eiseres in de kosten van de procedure en de na dit vonnis ontstane kosten. De eiseres vorderde dat de gedaagde aan haar de…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:3814Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 april 2023 (civiel recht)

    Vordering tot betaling facturen toegewezen. Tegenvordering afgewezen. Toepasselijkheid algemene voorwaarden.

  • ECLI:NL:GHSHE:2015:3572Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 september 2015 (civiel recht)

    redelijke kosten zaakwaarneming stalling paard

  • ECLI:NL:GHAMS:2008:BH3694Gerechtshof Amsterdam, 9 december 2008 (civiel recht)

    Het hof overweegt dat de Rabobank in eerdergenoemde correspondentie duidelijk heeft aangegeven dat zij niet akkoord kan gaan met het standpunt van [appellante] dat een deel van de schuld bij (een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.