Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:236 BW

Zwarte lijst van onredelijk bezwarende bedingen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2022

Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding a. dat de wederpartij geheel en onvoorwaardelijk het recht ontneemt de door de gebruiker toegezegde prestatie op te eisen; b. dat de aan de wederpartij toekomende bevoegdheid tot ontbinding, zoals deze in afdeling 5 van titel 5 is geregeld, uitsluit of beperkt; c. dat een de wederpartij volgens de wet toekomende bevoegdheid tot opschorting van de nakoming uitsluit of beperkt of de gebruiker een verdergaande bevoegdheid tot opschorting verleent dan hem volgens de wet toekomt; d. dat de beoordeling van de vraag of de gebruiker in de nakoming van een of meer van zijn verbintenissen is te kort geschoten aan hem zelf overlaat, of dat de uitoefening van de rechten die de wederpartij ter zake van een zodanige tekortkoming volgens de wet toekomen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat deze eerst een derde in rechte heeft aangesproken; e. krachtens hetwelk de wederpartij aan de gebruiker bij voorbaat toestemming verleent zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen op een der in afdeling 3 van titel 2 bedoelde wijzen op een derde te doen overgaan, tenzij de wederpartij te allen tijde de bevoegdheid heeft de overeenkomst te ontbinden, of de gebruiker jegens de wederpartij aansprakelijk is voor de nakoming door de derde, of de overgang plaatsvindt in verband met de overdracht van een onderneming waartoe zowel die verplichtingen als de daartegenover bedongen rechten behoren; f. dat voor het geval uit de overeenkomst voor de gebruiker voortvloeiende rechten op een derde overgaan, ertoe strekt bevoegdheden of verweermiddelen die de wederpartij volgens de wet jegens die derde zou kunnen doen gelden, uit te sluiten of te beperken; g. dat een wettelijke verjarings- of vervaltermijn waarbinnen de wederpartij enig recht moet geldend maken, tot een verjarings- onderscheidenlijk vervaltermijn van minder dan een jaar verkort; h. dat voor het geval bij de uitvoering van de overeenkomst schade aan een derde wordt toegebracht door de gebruiker of door een persoon of zaak waarvoor deze aansprakelijk is, de wederpartij verplicht deze schade hetzij aan de derde te vergoeden, hetzij in haar verhouding tot de gebruiker voor een groter deel te dragen dan waartoe zij volgens de wet verplicht zou zijn; i. dat de gebruiker de bevoegdheid geeft de door hem bedongen prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden; j. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, elektriciteit, warmte en koude daaronder begrepen en dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften niet daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur, dan wel tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand; k. dat de bevoegdheid van de wederpartij om bewijs te leveren uitsluit of beperkt, of dat de uit de wet voortvloeiende verdeling van de bewijslast ten nadele van de wederpartij wijzigt, hetzij doordat het een verklaring van haar bevat omtrent de deugdelijkheid van de haar verschuldigde prestatie, hetzij doordat het haar belast met het bewijs dat een tekortkoming van de gebruiker aan hem kan worden toegerekend; l. dat ten nadele van de wederpartij afwijkt van artikel 37 van Boek 3, tenzij het betrekking heeft op de vorm van door de wederpartij af te leggen verklaringen of bepaalt dat de gebruiker het hem door de wederpartij opgegeven adres als zodanig mag blijven beschouwen totdat hem een nieuw adres is meegedeeld; m. waarbij een wederpartij die bij het aangaan van de overeenkomst werkelijke woonplaats in een gemeente in Nederland heeft, woonplaats kiest anders dan voor het geval zij te eniger tijd geen bekende werkelijke woonplaats in die gemeente zal hebben, tenzij de overeenkomst betrekking heeft op een registergoed en woonplaats ten kantore van een notaris wordt gekozen; n. dat voorziet in de beslechting van een geschil door een ander dan de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, tenzij het de wederpartij een termijn gunt van tenminste een maand nadat de gebruiker zich schriftelijk jegens haar op het beding heeft beroepen, om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen; o. dat de bevoegdheid van de wederpartij om de overeenkomst, die mondeling, schriftelijk of langs elektronische weg tot stand is gekomen, op een overeenkomstige wijze op te zeggen, uitsluit of beperkt; p. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften, leidt tot een stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst met een duur die langer is dan drie maanden, dan wel tot een stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst met een duur van ten hoogste drie maanden zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de overeenkomst telkens tegen het einde van de duur van de verlenging of de vernieuwing op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand; q. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften, leidt tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand of, in geval de geregelde aflevering minder dan eenmaal per maand plaats heeft, met een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden; r. dat de wederpartij verplicht de verklaring tot opzegging van een overeenkomst als bedoeld onder j of p respectievelijk q te laten plaatsvinden op een bepaald moment; s. dat in geval van een overeenkomst met beperkte duur tot het geregeld ter kennismaking afleveren van dag-, nieuws-, weekbladen en tijdschriften leidt tot voortzetting van de overeenkomst; t. dat de geldigheidsduur van een cadeaubon beperkt tot minder dan twee jaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:998Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen. Faillissement van energieleverancier eind 2021. Voortzetting energieleveranties aan kleinverbruikers o.g.v. het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en het Besluit…

  • ECLI:NL:HR:2026:1556Hoge Raad, 25 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Vervaltermijnen van art. 16.3 AVA 2013 oneerlijk/onredelijk bezwarend? Relevantie van betrokkenheid van consumentenorganisaties bij vergelijkbare algemene…

  • ECLI:NL:PHR:2026:737Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Procesrecht. Arbitrage. Heropening vereffening na turboliquidatie. Nagekomen bate. Procesvolmacht om ontbonden CV in rechte te vertegenwoordigen. Bevoegdheid overheidsrechter.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:541Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (verbintenissenrecht)

    Prijswijzigingsbeding in energieleveringsovereenkomst met variabel tarief. Oneerlijkheidstoets. Transparantievereiste. Relevantie toezicht door ACM. Oneerlijke handelspraktijk?

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14049Rechtbank Rotterdam, 7 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Geslaagd beroep op overschrijding klachttermijn. Overweging ten overvloede: ook een inhoudelijke beoordeling van de aansprakelijkheid zou niet leiden tot toewijzing…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13460Rechtbank Noord-Holland, 30 september 2026 (civiel recht)

    Recreatiepark. Consumentenrecht. Ambtshalve toetsing huisregels en algemene voorwaarden. Matiging boete.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9730Rechtbank Amsterdam, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    tussenvonnis. Haviltex. Gemende overeenkomst: lastgeving (7:414 BW) en opdracht (7:400 BW). Gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, zodat die overeenkomst terecht…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13072Rechtbank Noord-Holland, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Nakoming franchiseovereenkomst. Geen tussentijdse opzegging mogelijk; geen ontbinding mogelijk. Uitleg overeenkomst. 7:916 BW en 7:919 BW. Wet Franchise. Verwijzing schadestaat voor schending…

644 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.