Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:148 BW

Geldt sinds 12 april 2002

De artikelen 146 en 147 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van vestiging van een beperkt recht op een vordering aan toonder of aan order.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AT9061Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2005 (civiel recht)

    Geschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van de verpande vordering met zijn tegenvordering zonder dat de pandhouder (bank) een beroep…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:11856Rechtbank Noord-Holland, 29 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    De kantonrechter wijst de vordering van eiseres af, omdat gedaagde de overeenkomst tijdig heeft opgezegd. De kantonrechter wijst de tegenvordering van gedaagde af, omdat de kantonrechter niet kan…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:7572Rechtbank Rotterdam, 27 juli 2022 (civiel recht)

    Brand in aansluitkast. Stedin is tekort geschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenis om voor een deugdelijke aansluiting te zorgen. Stedin kan beroep op exoneratie doen in algemene…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1671Rechtbank 's-Gravenhage, 22 januari 2009 (civiel recht)

    Voorlopige voorziening kantonrechter. Vordering tot ontruiming van pand waarvan de burgemeester de sluiting voor de duur van 12 maanden heeft bevolen op grond van art. 13b van de Opiumwet alsmede…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.