Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:193j BW

Bewijslast en vernietigbaarheid bij oneerlijke handelspraktijken redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Indien een vordering wordt ingesteld, of een verzoek als bedoeld in artikel 305d lid 1 onder a van Boek 3 wordt ingediend ingevolge de artikelen 193b tot en met 193i, rust op de handelaar de bewijslast ter zake van de materiële juistheid en volledigheid van de informatie die hij heeft verstrekt als dat passend lijkt, gelet op de omstandigheden van het geval en met inachtneming van de rechtmatige belangen van de handelaar en van elke andere partij bij de procedure.

  2. 2

    Indien op grond van artikel 193b onrechtmatig door de handelaar is gehandeld, is hij voor de dientengevolge ontstane schade aansprakelijk, tenzij hij bewijst dat zulks noch aan zijn schuld is te wijten noch op andere grond voor zijn rekening komt.

  3. 3

    Een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, is vernietigbaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:998Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen. Faillissement van energieleverancier eind 2021. Voortzetting energieleveranties aan kleinverbruikers o.g.v. het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en het Besluit…

  • ECLI:NL:HR:2026:1636Hoge Raad, 9 oktober 2026 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo…

  • ECLI:NL:PHR:2026:883Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2026 (civiel recht)

    Terugbetaling van lidmaatschapsgeld programma investeren in vastgoed. Toetsing oneerlijke bedingen een verrassingsbeslissing? Opzegging. Klachtplicht. Oneerlijke handelspraktijk? Verzuim vereist?

  • ECLI:NL:PHR:2025:1396Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Vergelijkende reclame. Onrechtmatig handelen van producent van isolatiemateriaal jegens concurrent?

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:3024Gerechtshof Den Haag, 29 september 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    In deze zaak verwijten twee vloerproducenten elkaar over en weer dat zij misleidende mededelingen doen op hun website over (onder meer) de duurzaamheid van hun producten.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9353Rechtbank Amsterdam, 17 september 2026 (civiel recht)

    Belvilla moet een man die een vakantiewoning boekte 677 euro terugbetalen. Er was namelijk sprake van een oneerlijke handelspraktijk.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:7953Rechtbank Limburg, 2 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Eiser legt aan de vordering ten grondslag dat de aan haar geleverde bus non-conform is, omdat de CNG-tanks niet zijn gecertificeerd. Daarnaast had Europe-Vans de plicht om het gebrek aan de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2484Gerechtshof Amsterdam, 1 september 2026 (civiel recht)

    Grondspeculatie. Koper vordert ongedaanmaking van de koopovereenkomsten. Oneerlijke handelspraktijk, toewijzing vordering.

311 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.