Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:237 BW

Grijze lijst van vermoedelijk onredelijk bezwarende bedingen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 december 2011

Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de algemene voorwaarden voorkomend beding a. dat de gebruiker een, gelet op de omstandigheden van het geval, ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn geeft om op een aanbod of een andere verklaring van de wederpartij te reageren; b. dat de inhoud van de verplichtingen van de gebruiker wezenlijk beperkt ten opzichte van hetgeen de wederpartij, mede gelet op de wettelijke regels die op de overeenkomst betrekking hebben, zonder dat beding redelijkerwijs mocht verwachten; c. dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden; d. dat de gebruiker van zijn gebondenheid aan de overeenkomst bevrijdt of hem de bevoegdheid daartoe geeft anders dan op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat deze gebondenheid niet meer van hem kan worden gevergd; e. dat de gebruiker een ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn voor de nakoming geeft; f. dat de gebruiker of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding; g. dat een de wederpartij volgens de wet toekomende bevoegdheid tot verrekening uitsluit of beperkt of de gebruiker een verdergaande bevoegdheid tot verrekening verleent dan hem volgens de wet toekomt; h. dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, nalaten daaronder begrepen, verval stelt van haar toekomende rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen; i. dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekort geschoten, de wederpartij verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het betreft een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst; j. dat de wederpartij verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de gebruiker of met een derde, tenzij dit, mede gelet op het verband van die overeenkomst met de in dit artikel bedoelde overeenkomst, redelijkerwijze van de wederpartij kan worden gevergd; k. dat voor een overeenkomst als bedoeld in artikel 236 onder j of p respectievelijk q een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de wederpartij na een jaar de bevoegdheid heeft de overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand; l. dat de wederpartij aan een opzegtermijn bindt die langer is dan de termijn waarop de gebruiker de overeenkomst kan opzeggen; m. dat voor de geldigheid van een door de wederpartij te verrichten verklaring een strengere vorm dan het vereiste van een onderhandse akte stelt; n. dat bepaalt dat een door de wederpartij verleende volmacht onherroepelijk is of niet eindigt door haar dood of ondercuratelestelling, tenzij de volmacht strekt tot levering van een registergoed; o. dat de wederpartij bij overeenkomsten, niet zijnde verlengde, vernieuwde of voortgezette overeenkomsten als bedoeld in artikel 236, onder j of p respectievelijk q, aan een opzegtermijn bindt die langer is dan een maand.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:998Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen. Faillissement van energieleverancier eind 2021. Voortzetting energieleveranties aan kleinverbruikers o.g.v. het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en het Besluit…

  • ECLI:NL:PHR:2026:937Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Procesrecht. Aanneming van werk. Recht op schadevergoeding jegens aannemer? Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Gerechtelijke erkentenis (art. 154 Rv). Waardering…

  • ECLI:NL:HR:2026:1556Hoge Raad, 25 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Vervaltermijnen van art. 16.3 AVA 2013 oneerlijk/onredelijk bezwarend? Relevantie van betrokkenheid van consumentenorganisaties bij vergelijkbare algemene…

  • ECLI:NL:PHR:2026:867Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (civiel recht)

    Bewaarneming. Toerekenbaarheid tekortkoming bewaarnemer. Zorgplicht bewaarnemer (art. 7:602 BW). Invloed contractuele verzekeringsplicht bewaargever op zorgplicht bewaarnemer inzake treffen…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6622Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Hoger beroep na beschikking in deelgeschil (vervolg op beschikking van 1 mei 2024 rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, ECLI:NL:RBMNE:2024:5282 en op het arrest in incident van hof…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6782Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Overeenkomst tot levering badkamer. Annulering. Annuleringskosten in rekening gebracht 30% van de offerte op grond van artikel 12 AV. AV niet ter hand gesteld en bovendien onredelijk. Verneitiging.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7195Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    annuleringsbeding in consumentenkoopovereenkomst niet oneerlijk, omdat verkoper schade door annulering goed heeft onderbouwd.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6033Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2026 (civiel recht)

    Overname camping. Nieuwe eigenaar zegt huurovereenkomst van onbebouwde grond op wegens herstructurering. Het hof bevestigt uitspraak kantonrechter. Opzegging is rechtsgeldig. Er was een zwaarwegende…

822 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.