Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:177a BW

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.

  2. 2

    De benadeelde kan zich slechts beroepen op het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, indien hij de exploitant, bedoeld in artikel 177, op diens verzoek de relevante bescheiden betreffende het gebouw of werk ter inzage geeft indien hij daarover beschikt, en de exploitant genoegzaam gelegenheid geeft de schade te onderzoeken.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer gebieden worden vastgesteld waarbinnen het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval geldt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:294Parket bij de Hoge Raad, 26 maart 2021 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Afwikkeling aardbevingsschade. Onrechtmatigheid van hinder en overlast jegens bewoners. Vraag wanneer aanspraak bestaat op vergoeding van vermogensschade wegens gederfd…

  • ECLI:NL:HR:2019:1278Hoge Raad, 19 juli 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art.…

  • ECLI:NL:PHR:2019:496Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art.…

  • ECLI:NL:PHR:2019:497Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2019 (civiel recht)

    Bijlage bij: Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art.…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6101Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2026 (civiel recht)

    Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2025:395. Schade aan woon-bedrijfspand in aardbevingsgebied Groningen. Begroting diverse schadeposten na uitgebracht deskundigenbericht.

  • ECLI:NL:RVS:2026:4264Raad van State, 22 juli 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellante] om vergoeding van immateriële schade afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 1] in de…

  • ECLI:NL:RVS:2026:3964Raad van State, 8 juli 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen voor zover het gaat om de tijd die gemoeid is met…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2927Rechtbank Noord-Nederland, 2 juli 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor vergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning. De woning ligt nét buiten het effectgebied. De grens van het gebied waar het…

248 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.