Burgerlijk Wetboek Boek 6

BW

Huidige tekst

Artikel 6:211 BW

Ongedaanmaking van prestaties uit een nietige overeenkomst redactionele omschrijving

Geldt sinds 12 april 2002

  1. 1

    Kan een prestatie die op grond van een nietige overeenkomst is verricht, naar haar aard niet ongedaan worden gemaakt en behoort zij ook niet in rechte op geld te worden gewaardeerd, dan is een tot ongedaanmaking van een tegenprestatie of tot vergoeding van de waarde daarvan strekkende vordering, voor zover deze deswege in strijd met redelijkheid en billijkheid zou zijn, eveneens uitgesloten.

  2. 2

    Is ingevolge het vorige lid terugvordering van een overgedragen goed uitgesloten, dan brengt de nietigheid van de overeenkomst niet de nietigheid van de overdracht mede.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1297Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1302Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te…

  • ECLI:NL:PHR:2016:293Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2016 (civiel recht)

    Exploitatieovereenkomst met gemeente. Nietigheid wegens strijd met exploitatieverordening (art. 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud)). Onverschuldigde betaling. Vergoeding van de waarde van door…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2251Parket bij de Hoge Raad, 8 augustus 2014 (civiel recht)

    Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud). Verhaal van kosten van voorzieningen van openbaar nut. Nietigheid exploitatieovereenkomst wegens strijd met gemeentelijke exploitatieverordening; HR 6 januari…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:702Rechtbank Noord-Nederland, 26 februari 2025 (verbintenissenrecht)

    Kansspelzaak. Gedaagde is een Maltees gokbedrijf. Nederlandse rechter bevoegd omdat gokbedrijf haar activiteiten mede op Nederland gericht heeft (Pammer/Alpenhof-criteria). Nederlands recht van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:369Rechtbank Amsterdam, 22 januari 2025 (civiel recht)

    Rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland stellen vragen aan de Hoge Raad over online gokken

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:485Rechtbank Noord-Holland, 22 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Kansspelzaak. Prejudiciële vragen. Bij tussenvonnis van 12 juni 2024 is het voornemen van de rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan partijen voorgelegd, die daarop mochten reageren. Dit…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:1971Rechtbank Noord-Nederland, 22 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Kansspelzaak. Gokbedrijf beschikte tijdens de speelperiode niet over een vergunning om (online)kansspelen aan te bieden in Nederland. Dit leidt tot nietigheid van de kansspelovereenkomst. Gokbedrijf…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.