Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 76 AWR

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Ten aanzien van de bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten met betrekking tot welke het proces-verbaal niet overeenkomstig artikel 80, tweede lid, in handen van de officier van justitie is gesteld, kan, in afwijking van de artikelen 257a, 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering, uitsluitend het bestuur van ’s Rijks belastingen een strafbeschikking uitvaardigen. Bij ministeriële regeling kunnen functionarissen worden aangewezen die deze bevoegdheid namens dat bestuur kunnen uitoefenen.

  2. 2

    In deze strafbeschikking kan een geldboete worden opgelegd. Voorts kan deze strafbeschikking aanwijzingen bevatten waaraan de verdachte moet voldoen. De aanwijzingen kunnen inhouden: a.afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; b.uitlevering, of voldoening aan de staat van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; c.voldoening aan de Staat van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit; d.het alsnog voldoen aan een bij de belastingwet gestelde verplichting.

  3. 3

    Een strafbeschikking waarin een geldboete wordt opgelegd van meer dan € 2 000, wordt, in afwijking van artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, slechts uitgevaardigd indien de verdachte daaraan voorafgaand is gehoord.

  4. 4

    Een geldboete wordt, in zoverre in afwijking van artikel 6:1:17 van het Wetboek van Strafvordering, ingevorderd op de wijze, voorzien in de Invorderingswet 1990. Daartoe wordt een afschrift van de strafbeschikking aan de ontvanger ter hand gesteld. Het bestuur van ’s Rijks belastingen of de aangewezen functionaris bepaalt voorts de termijn binnen welke aan de gegeven aanwijzingen moet zijn voldaan en zo nodig tevens de plaats waar zulks moet geschieden. De gestelde termijn kan voor de afloop daarvan eenmaal worden verlengd.

  5. 5

    In afwijking van artikel 257h, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verstrekt het bestuur van ’s Rijks belastingen desgevraagd een afschrift van een strafbeschikking aan ieder ander dan de verdachte of zijn raadsman, tenzij verstrekking naar het oordeel van het bestuur ter bescherming van de belangen van degene ten aanzien van wie de strafbeschikking is uitgevaardigd of van de derden die in de strafbeschikking worden genoemd, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In het laatste geval kan het bestuur van ’s Rijks belastingen een geanonimiseerd afschrift van de strafbeschikking verstrekken.

  6. 6

    Indien binnen veertien dagen geen afschrift dan wel een geanonimiseerd afschrift wordt verstrekt, kan de verzoeker een klaagschrift indienen bij het bestuur van ’s Rijks belastingen. Deze stelt het klaagschrift, de strafbeschikking en het proces-verbaal in handen van de officier van justitie, welke het klaagschrift en de processtukken onverwijld ter kennis brengt van de rechtbank, tenzij hij alsnog aan het verzoek tegemoetkomt. De procesdeelnemers zijn, in afwijking van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet bevoegd van de inhoud van de processtukken kennis te nemen dan voorzover de rechtbank zulks toestaat.

  7. 7

    Artikel 552ab van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1154Hoge Raad, 10 september 2024 (strafrecht)

    Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 101.730) onder ander dan klager op Schiphol t.z.v. verdenking van witwassen, waarna die ander transactie-aanbod ex art. 74 Sr accepteert waarbij hij…

  • ECLI:NL:PHR:2024:625Parket bij de Hoge Raad, 18 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag derde belanghebbenden tegen transactie betrekking hebbende op hun toekomende in beslag genomen voorwerpen. Niet-ontvankelijkverklaring van de klagers door de rechtbank wegens…

  • ECLI:NL:HR:2024:268Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)

    Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto en geldbedrag (€ 249.700) onder ander dan klagers t.z.v. verdenking van witwassen, waarna die ander transactie-aanbod ex art. 74 Sr accepteert waarbij hij afstand…

  • ECLI:NL:PHR:2024:53Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag derde belanghebbenden tegen transactie betrekking hebbende op hun toekomende in beslag genomen voorwerpen. Niet-ontvankelijkverklaring van de klagers door de rechtbank wegens…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:4945Rechtbank Noord-Nederland, 27 november 2025 (bestuursrecht)

    Verlening van een exploitatievergunning voor een seksinrichting aan vergunninghoudster. Eiser heeft beroep ingesteld tegen die verlening omdat hij de mogelijkheid wil behouden om het pand zelf te…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:13120Rechtbank Noord-Holland, 24 december 2024 (strafrecht)

    Verdachte wordt verdacht van (1) voorhanden hebben van een busje traangas, (2) aanwezig hebben van meer dan 30 gram hennep en (3) het voorhanden hebben van accijnsgoederen (sigaretten) die niet in de…

  • ECLI:NL:HR:2023:237Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)

    Feitelijke leiding geven aan door een rechtspersoon begaan van aan Belastingdienst beschikbaar stellen van valse facturen, terwijl feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven (art. 68.1.c…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1210Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan rechtspersoon die valse facturen aan de Belastingdienst voor raadpleging beschikbaar heeft gesteld met als gevolg dat te weinig belasting is geheven (art.…

36 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.