Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 67e AWR

Geldt sinds 2 juli 2009

  1. 1

    Indien het met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem, gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag, een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van de in het tweede lid omschreven grondslag voor de boete.

  2. 2

    De grondslag voor de boete wordt gevormd door: a. het bedrag van de navorderingsaanslag, dan wel b. indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, het bedrag waarop de navorderingsaanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen; een en ander voor zover dat bedrag als gevolg van de opzet of de grove schuld van de belastingplichtige niet zou zijn geheven.

  3. 3

    De inspecteur kan, in afwijking van het eerste lid, binnen zes maanden na de vaststelling van de navorderingsaanslag, een bestuurlijke boete opleggen indien de feiten of omstandigheden op grond waarvan wordt nagevorderd eerst bekend worden op of na het tijdstip dat is gelegen zes maanden vóór de afloop van de in artikel 16 bedoelde termijnen, en er tevens aanwijzingen bestaan dat het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven. Alsdan doet de inspecteur gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag mededeling aan de belastingplichtige dat wordt onderzocht of in verband met de navordering het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is.

  4. 4

    Indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen en als gevolg daarvan geen navorderingsaanslag kan worden vastgesteld, kan de inspecteur de boete, bedoeld in het eerste lid, niettemin opleggen. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door verloop van de termijn die geldt voor het vaststellen van de navorderingsaanslag, die zou kunnen zijn vastgesteld indien geen verliezen in aanmerking zouden zijn genomen.

  5. 5

    Voor de toepassing van het tweede en vierde lid wordt met verliezen gelijkgesteld de persoonsgebonden aftrek, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  6. 6

    Voor zover de navorderingsaanslag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op belastbaar inkomen als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, bedraagt de boete, in zoverre in afwijking van het eerste lid, ten hoogste 300 percent van de daarover verschuldigde belasting zoals deze bij de navorderingsaanslag is vastgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1399Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (belastingrecht)

    Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-via…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1313Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Feitelijk leiding geven van door een rechtspersoon meermalen gepleegde feiten, te weten: 1. opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, meermalen gepleegd (art.…

  • ECLI:NL:HR:2025:1500Hoge Raad, 10 oktober 2025 (belastingrecht)

    Artikel 9 AWR; artikel 25, lid 3, AWR; artikel 27e, lid 1, AWR; artikel 67d AWR; artikel 67e AWR; is vergrijpboete ook mogelijk als de belanghebbende niet correct is uitgenodigd tot het doen van…

  • ECLI:NL:HR:2025:1062Hoge Raad, 18 juli 2025 (belastingrecht)

    Artikel 67d en 67e AWR; artikel 67n AWR; bewijsvermoedens; bewijsmaatstaf; vergrijpboeten; vrijwillige verbetering.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13104Rechtbank Noord-Holland, 28 september 2026 (strafrecht)

    Onderzoek Palatka. Valsheid in geschrift en witwassen. Procesafspraken. De verdachte heeft zich samen met anderen gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en witwassen van…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2306Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 augustus 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbende is inwoner van Nederland en Duitsland. Het hof oordeelt dat het centrum van zijn levensbelangen (artikel 3 lid 3 van het Verdrag met Duitsland) in Nederland ligt. De inspecteur heeft…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8193Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 augustus 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank laat de correcties van het resultaat uit overige werkzaamheid in stand, die zijn gemaakt vanwege de inkomsten die belanghebbende heeft genoten en zijn betrokkenheid bij het…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8194Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 augustus 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank laat de correcties van het resultaat uit overige werkzaamheid in stand, die zijn gemaakt vanwege de inkomsten die belanghebbende heeft genoten en zijn betrokkenheid bij het…

1.162 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.