Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 30g AWR

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Indien met betrekking tot de erfbelasting een belastingaanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, wordt met betrekking tot die belastingaanslag rente – belastingrente – in rekening gebracht.

  2. 2

    De belastingrente wordt enkelvoudig berekend: a.indien het betreft een belastingaanslag ter zake van een overlijden: over het tijdvak dat aanvangt twintig maanden na het overlijden en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990; b.indien het betreft een belastingaanslag ter zake van een verkrijging ten gevolge van de vervulling van een voorwaarde: over het tijdvak dat aanvangt twintig maanden na de dag van de vervulling van de voorwaarde en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990; c.indien het betreft een belastingaanslag als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Natuurschoonwet 1928: over het tijdvak dat aanvangt op de dag dat zich een van de gevallen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Natuurschoonwet 1928, voordoet en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990. De renteberekening heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.

  3. 3

    Indien de belastingaanslag is vastgesteld overeenkomstig een verzoek of overeenkomstig de aangifte, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid uiterlijk 14 weken na de datum van ontvangst van het verzoek, onderscheidenlijk 19 weken na de datum van ontvangst van de aangifte. Ingeval het betreft een navorderingsaanslag die is vastgesteld naar aanleiding van een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van de eerste volzin uiterlijk 12 weken na de datum van de ontvangst van het verzoek.

  4. 4

    Geen belastingrente wordt in rekening gebracht ingeval de belastingaanslag ter zake van een overlijden is vastgesteld overeenkomstig een verzoek of overeenkomstig een ingediende aangifte indien het verzoek, onderscheidenlijk de aangifte, is ontvangen voor de eerste dag van de eenentwintigste maand na het overlijden.

  5. 5

    Indien een belastingaanslag ter zake waarvan belastingrente in rekening is gebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift, een daaropvolgende gerechtelijke procedure of een ambtshalve vermindering wordt verminderd of wordt vernietigd, wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verminderd, onderscheidenlijk vernietigd.

  6. 6

    Voor de toepassing van dit artikel geldt als het te betalen bedrag aan belasting, het bedrag na de verrekening ingevolge artikel 15.

  7. 7

    Met betrekking tot het tweede lid, onderdelen a en b, en het vierde lid is artikel 45, tweede lid, van de Successiewet 1956 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:751Hoge Raad, 24 mei 2024 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 8:73 (oud) Awb; verzoek om vergoeding van rente bij een verliesverrekeningsbeschikking als bedoeld in art. 21, lid 1, Wet Vpb 1969, nadat het schadeveroorzakende besluit…

  • ECLI:NL:PHR:2022:345Parket bij de Hoge Raad, 7 april 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of er naast de wettelijke regeling voor de vergoeding van heffingsrente, met de daarin opgenomen uitsluiting bij carry back van verliezen, ruimte…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP3011Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2011 (belastingrecht)

    Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP3053Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2011 (belastingrecht)

    Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2793Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2794Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2795Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2796Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelasting gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belastingrente wordt wel verminderd op…

73 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.