Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 30ha AWR

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Met betrekking tot de in artikel 30h bedoelde belastingen wordt rente – belastingrente – vergoed ingeval een teruggaafbeschikking niet wordt vastgesteld binnen 8 weken na de ontvangst van het verzoek om die beschikking. De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 8 weken na ontvangst van het verzoek, doch niet eerder dan 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft en eindigt 14 dagen na de dagtekening van de teruggaafbeschikking.

  2. 2

    Uitgezonderd bij een vermindering van een naheffingsaanslag, wordt met betrekking tot de in artikel 30h bedoelde belastingen ook belastingrente vergoed indien recht ontstaat op een terug te geven bedrag dat verband houdt met een door de inspecteur ingenomen standpunt ter zake van de bij wege van voldoening of afdracht op aangifte verschuldigde of terug te geven belasting. De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na die van de voldoening of afdracht van die belasting, doch niet eerder dan 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft en eindigt 14 dagen na de dagtekening van de teruggaafbeschikking en heeft als grondslag het terug te geven bedrag.

  3. 3

    Met betrekking tot de in artikel 30h bedoelde belastingen wordt ook belastingrente vergoed indien een afwijzende beschikking op een verzoek om een teruggaaf wordt vervangen door een teruggaafbeschikking. De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 8 weken na de ontvangst van het verzoek om de teruggaaf, doch niet eerder dan 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft en eindigt 14 dagen na de dagtekening van de teruggaafbeschikking.

  4. 4

    In afwijking van het eerste lid wordt de termijn van 8 weken bij de vaststelling van een teruggaafbeschikking ter zake van dividendbelasting of bronbelasting als bedoeld in de Wet bronbelasting 2021 opgeschort met ingang van de dag na die waarop de inspecteur op grond van de artikelen 47 en 47a of artikel 6.2 van de Wet bronbelasting 2021 verzoekt gegevens en inlichtingen te verstrekken of boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging ter beschikking te stellen, tot de dag waarop aan dit verzoek is voldaan.

  5. 5

    Geen belastingrente wordt vergoed aan een ondernemer als bedoeld in artikel 32, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 ter zake van een teruggaaf van in Nederland in rekening gebrachte omzetbelasting als bedoeld in artikel 32b van die wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1491Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; Art. 30h AWR; art. 110 VWEU. In rekening brengen van belastingrente bij naheffing van belasting van personenauto's en motorrijwielen niet in strijd met…

  • ECLI:NL:HR:2026:1297Hoge Raad, 17 juli 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; Unierecht; art. 28c Invorderingswet 1990; heffing van griffierechten; recht op integrale proceskostenvergoeding bij constatering…

  • ECLI:NL:HR:2026:395Hoge Raad, 13 maart 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 18, paragraaf II, Verdrag Nederland-België; artikel 28, paragraaf III, Verdrag Nederland-België; artikel 30fe AWR; verdeling heffingsbevoegdheid pensioen, drempelbedrag…

  • ECLI:NL:HR:2025:1147Hoge Raad, 11 juli 2025 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7594Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 november 2025 (belastingrecht)

    Belastingrente en invorderingsrente.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2583Gerechtshof Den Haag, 23 oktober 2025 (belastingrecht)

    Art. 6:5, lid 1, aanhef en onderdeel d, Awb; art. 6:24 Awb; art. 6:6 Awb. Motiveringseis. De enkele mededeling dat pro forma hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank, onder…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:5846Rechtbank Gelderland, 22 juli 2025 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Is terecht het nultarief toegepast? Gewekt vertrouwen door een vaste afnemer? Had belanghebbende moeten weten dat transacties waar hij bij betrokken was, onderdeel waren van een…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1590Gerechtshof Amsterdam, 20 mei 2025 (belastingrecht)

    Bpm. voldoeningen op aangifte voor 2 auto's. Geen vso. ETG, bijstellingen, lagere handelsinkoopwaarde. Terechte samenhang pkv en imsv. Te lage puntwaarde in bezwaar. Ten onrechte geen griffierecht…

228 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.