Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 27ga AWR

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    De rechtbank kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag voorleggen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op het beroep te beslissen.

  2. 2

    Alvorens de Hoge Raad een vraag voor te leggen, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen om de Hoge Raad een vraag voor te leggen, alsmede over de inhoud van de voor te leggen vraag.

  3. 3

    De beslissing waarbij de Hoge Raad een vraag wordt voorgelegd, vermeldt het onderwerp van geschil, de door de rechtbank vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten.

  4. 4

    De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de Hoge Raad. De griffier zendt afschriften van de andere op de zaak betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad.

  5. 5

    De beslissing om een vraag ter beantwoording aan de Hoge Raad voor te leggen, schorst de behandeling van de zaak totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.

  6. 6

    Indien in een andere lopende procedure het antwoord op een vraag rechtstreeks van belang is om in die procedure te beslissen, kan de rechtbank op verzoek van een partij of ambtshalve de behandeling van de zaak schorsen totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Alvorens te beslissen als bedoeld in de eerste volzin, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:495Hoge Raad, 27 maart 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; art. 2.17 (4) Wet IB 2001; art. 25e AWR; collectieve uitspraak in massaalbezwaarprocedure; termijn voor wijziging onderlinge verhouding tussen fiscale partners nadat de aanslag is…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1210Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (belastingrecht)

    Kan de verdeling tussen fiscaal partners van de grondslag sparen en beleggen nog worden gewijzigd, als bedoeld in art. 2.17(4) Wet IB 2001, als een aanslag IB/PVV onherroepelijk komt vast te staan…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1398Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2024 (belastingrecht)

    Kan een tweede geheimhoudingskamer worden ingesteld? Gebondenheid aan tussenbeslissing. Bewijsuitsluiting van bewijsmiddelen verkregen uit onderzoek met onrechtmatige aanleiding. Fruits of the…

  • ECLI:NL:HR:2024:1660Hoge Raad, 15 november 2024 (belastingrecht)

    Prejudiciële vraag; berekening van IB-deel en premiedeel arbeidskorting en IACK en van PVV-deel algemene heffingskorting voor een persoon die slechts gedurende een deel van het jaar belastingplichtig…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6018Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:10265Rechtbank Den Haag, 27 mei 2025 (belastingrecht)

    Op 4 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Financiën een collectieve uitspraak gedaan op alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften over de vermogensrendementsheffing (box 3) voor de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:1668Rechtbank Noord-Holland, 4 februari 2025 (belastingrecht)

    Douanerecht. Rente op achterstallen. Wettelijke beslistermijn. Uitspraak na het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1177).

  • ECLI:NL:HR:2024:1535Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Is kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting een criminal charge? Terugkomen op…

105 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.