Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 30h AWR

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Met betrekking tot naheffingsaanslagen ter zake van loonbelasting, dividendbelasting, bronbelasting, omzetbelasting, overdrachtsbelasting, belasting van personenauto’s en motorrijwielen, accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken of een in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belasting, wordt aan degene ten name van wie de naheffingsaanslag is gesteld, rente – belastingrente – in rekening gebracht, ingeval de naheffingsaanslag is vastgesteld na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft.

  2. 2

    De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de naheffingsaanslag invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag de nageheven belasting.

  3. 3

    Ingeval een naheffingsaanslag ter zake van loonbelasting, dividendbelasting, bronbelasting, overdrachtsbelasting, belasting van personenauto’s en motorrijwielen, accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken of een in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belasting is vastgesteld overeenkomstig een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend, in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 10 weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Het verzoek wordt op een door de inspecteur aangegeven wijze ingediend.

  4. 4

    Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval de naheffingsaanslag het gevolg is van een verzoek dat is gedaan binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft.

  5. 5

    Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover een in het eerste lid bedoelde belasting te laat, doch voordat een naheffingsaanslag is vastgesteld, wordt betaald, behoudens ingeval de betaling plaatsvindt binnen 3 maanden na het einde van het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft. Belastingrente wordt berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag volgend op het kalenderjaar of boekjaar waarop de te laat betaalde belasting betrekking heeft en eindigt op de dag van betaling en heeft als grondslag het bedrag van de te laat betaalde belasting.

  6. 6

    Indien een naheffingsaanslag ter zake waarvan belastingrente in rekening is gebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift, een daaropvolgende gerechtelijke procedure of een ambtshalve vermindering wordt verminderd of wordt vernietigd, wordt de eerder in rekening gebrachte rente naar evenredigheid verminderd, onderscheidenlijk vernietigd.

  7. 7

    Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt onder een verzoek onder meer verstaan een herziening van een aangifte (suppletie) en een correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1491Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; Art. 30h AWR; art. 110 VWEU. In rekening brengen van belastingrente bij naheffing van belasting van personenauto's en motorrijwielen niet in strijd met…

  • ECLI:NL:PHR:2025:289Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2025 (belastingrecht)

    Moederzaak van 24 verhuurderheffingzaken. Terugwerkende kracht art. 1.6a Wmw II (reparatie van de heffing van mede-eigenaren na HR BNB 2018/144); schending eigendomsrecht mede-eigenaren? Zo ja, dan…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1219Parket bij de Hoge Raad, 29 december 2023 (belastingrecht)

    Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over het berekenen van rente op achterstallen over omzetbelasting bij invoer. Art. 114(2) DWU. Wettelijke basis in art. 22(1) Wet OB? Rentenadeel? In de periode van…

  • ECLI:NL:PHR:2023:699Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 7 juli 2023 inzake: 22/01503, 22/01504, 22/01507, ECLI:NL:PHR:2023:671 en 22/03914 ECLI:NL:PHR:2023:672.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4317Rechtbank Noord-Nederland, 10 september 2026 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting, verkrijging onroerende zaak na echtscheiding. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, lid 1, onderdeel b van de WBR niet van toepassing is omdat belanghebbende was gehuwd…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7655Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026 (belastingrecht)

    Bpm

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7661Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026 (belastingrecht)

    Bpm. Taxatiemethode kan niet worden toegepast, omdat het taxatierapport langer dan een maand voor het afschrijvingsmoment is opgesteld. Het beroep is gegrond omdat de belastingrentebeschikking moet…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1850Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 juli 2026 (belastingrecht)

    Artt. 3, lid 1, onderdeel a, 37 en 37d Wet OB 1968. Ongeacht beslaglegging door het OM is belanghebbende belastingplichtige voor de OB bij verkoop. Verschuldigdheid op facturen vermelde OB. Geen…

148 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.