Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 18a AWR

Geldt sinds 1 januari 2007

  1. 1

    Indien een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking tot vaststelling van de waarde, welke ingevolge een wettelijk voorschrift ten grondslag heeft gelegen aan de heffing van belasting, is herzien met als gevolg dat: a.een aanslag of navorderingsaanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, dan kan de inspecteur de te weinig geheven belasting navorderen; b.een aanslag of navorderingsaanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf ten onrechte niet of tot een te laag bedrag is verleend, dan vernietigt de inspecteur de ten onrechte vastgestelde aanslag of navorderingsaanslag dan wel vermindert hij de aanslag of navorderingsaanslag, onderscheidenlijk verleent hij alsnog de in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf.

  2. 2

    Het vaststellen van de navorderingsaanslag, onderscheidenlijk het nemen van de beschikking tot vernietiging, vermindering, ontheffing of teruggaaf op de voet van het eerste lid geschiedt binnen acht weken na het tijdstip waarop de beschikking of uitspraak strekkende tot de herziene vaststelling van de waarde onherroepelijk is geworden. Eerstbedoelde beschikking is voor bezwaar vatbaar.

  3. 3

    Ingeval de herziening gevolgen heeft voor de toepassing van artikel 3.30a van de Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking tot een jaar, wordt in afwijking in zoverre van het tweede lid de termijn waarbinnen navordering mogelijk is bepaald op de voet van artikel 16 en vangt de in dat lid bedoelde termijn van acht weken niet eerder aan dan op het tijdstip waarop de belastingplichtige een verzoek heeft ingediend tot aanpassing van de aanslag of beschikking met betrekking tot dat jaar. Een verzoek tot aanpassing wordt gedaan binnen een jaar na het tijdstip waarop de beschikking of uitspraak strekkende tot de herziene vaststelling van de waarde, onherroepelijk is geworden.

  4. 4

    Indien aan de heffing van belasting een aan een onroerende zaak toegekende waarde ten grondslag ligt en met betrekking tot die onroerende zaak voor een voor die heffing van belang zijnd kalenderjaar een waarde wordt vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, zijn het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:614Hoge Raad, 19 april 2024 (belastingrecht)

    art. 18a AWR; art. 1:3, lid 3, Awb; art. 4:17 Awb; beschikking op aanvraag; toepassing dwangsomregeling.

  • ECLI:NL:HR:2017:2656Hoge Raad, 20 oktober 2017 (belastingrecht)

    Artikel 29, lid 1, letter b, Wet WOZ. Verhoging WOZ-waarde. Directe werking. Hof heeft hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:PHR:2017:1133Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2017 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/01245. Belanghebbende was vanaf 25 augustus 2009 directeur/enig aandeelhouder van BV. Belanghebbende was tot 30 april 2012 directeur van…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2461Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2014 (belastingrecht)

    Wnd. A-G Hammerstein heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 14/01504 naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris), alsmede het…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1420Rechtbank Noord-Nederland, 16 april 2026 (belastingrecht)

    BNT. Gedurende de beroepsfase is er alsnog beslist. Inhoudelijke behandeling. Beroep is gegrond en verzoek om dwangsom toegekend.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:2440Rechtbank Amsterdam, 12 maart 2026 (belastingrecht)

    Waterschapsbelasting. Uitspraak op bezwaar op een moment waarop de WOZ-beschikking nog niet onherroepelijk vast stond. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:291Rechtbank Midden-Nederland, 21 januari 2025 (belastingrecht)

    MK. Wet WOZ. Waardering van een voormalig kantoorpand dat eiseres heeft getransformeerd tot een appartementencomplex met 77 appartementen. Daarbij verschillen partijen van mening over de vraag of de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:3147Rechtbank Midden-Nederland, 29 april 2024 (belastingrecht)

    WOZ. MK. Beroep gegrond. Vernietiging WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde aanslagen OZB. Objectafbakening van een woonzorgcomplex. Het object wordt als geheel voor woonzorgactiviteiten en dus…

84 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.