Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 30fc AWR

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Indien met betrekking tot de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting na het verstrijken van een periode van 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven een aanslag of een navorderingsaanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, wordt met betrekking tot die aanslag, onderscheidenlijk die navorderingsaanslag, aan de belastingplichtige rente – belastingrente – in rekening gebracht.

  2. 2

    De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de aanslag, onderscheidenlijk de navorderingsaanslag, invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.

  3. 3

    Ingeval de aanslag is vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 19 weken na de datum van ontvangst van de aangifte.

  4. 4

    Geen belastingrente wordt in rekening gebracht ingeval de aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting is vastgesteld overeenkomstig een ingediende aangifte die is ontvangen voor de eerste dag van de vijfde, onderscheidenlijk zesde, maand na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.

  5. 5

    Ingeval de navorderingsaanslag is vastgesteld naar aanleiding van een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 12 weken na de datum van ontvangst van het verzoek.

  6. 6

    Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot inkomstenbelasting ter zake van te conserveren inkomen als bedoeld in artikel 2.8, tweede en vierde tot en met zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, uitgezonderd te conserveren inkomen dat is ontstaan door toepassing van artikel 3.58, eerste lid, of artikel 3.64, eerste lid, van die wet.

  7. 7

    Voor de toepassing van dit artikel geldt als het te betalen bedrag aan belasting: het bedrag na de verrekening ingevolge: a.artikel 15; b.de artikelen 3 152, zesde lid, en 4.51, zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; c.artikel 21, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:591Hoge Raad, 10 april 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting en belastingrente; art. 1, aanhef en letter a van het Besluit belasting- en invorderingsrente; Art. 104 Gr., legaliteitsbeginsel; art. 1 EP EVRM; evenredigheidsbeginsel; art. 2…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1044Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2025 (belastingrecht)

    Is het percentage van belastingrente voor de vennootschapsbelasting bepaald in art. 1(b) Bbi in strijd met het evenredigheidsbeginsel?

  • ECLI:NL:HR:2024:1881Hoge Raad, 20 december 2024 (belastingrecht)

    Art. 17, lid 3, Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk; art. 8, lid 3, en art. 9, lid 1, Wfsv juncto art. 2.10, lid 1, Wet IB 2001; art. 8.10, lid 2…

  • ECLI:NL:PHR:2023:126Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2023 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:137 Eigendomsgrondrecht (art. 1 Protocol I EVRM); waardering pensioen- en stamrechtverplichtingen; verplichte 4% rekenrente (art. 3.29 Wet IB 2001) bij…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3968Rechtbank Noord-Nederland, 17 september 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV, uitzendregeling eigen woning na afloop tijdelijke verhuur, ongegrond

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7356Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 augustus 2026 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslagen IB/PVV. Belastingverdrag met Belgie, artikelen 18 en 19.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3287Rechtbank Noord-Nederland, 6 augustus 2026 (belastingrecht)

    Wet Inkomstenbelasting 2001. IB/PVV 2019 en 2020. Dieetkosten moeder terecht niet meegenomen in aangifte dochter; geen sprake van fiscaalpartnerschap en ook niet van een systeemfout. Geen recht op…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2134Gerechtshof Amsterdam, 30 juni 2026 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; stakingswinst garagebedrijf; premie-aftrek lijfrenteverzekering.

171 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.