Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 30fd AWR

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    Indien met betrekking tot de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting na het verstrijken van een periode van 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven een aanslag tot een negatief bedrag aan te betalen belasting wordt vastgesteld, wordt met betrekking tot die aanslag aan de belastingplichtige rente – belastingrente – vergoed ingeval wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.de aanslag is overeenkomstig de ingediende aangifte, en b.tussen de datum van ontvangst van die aangifte en de datum van vaststelling van de aanslag zijn meer dan 13 weken verstreken.

  2. 2

    Artikel 30fc, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Ingeval met de aanslag geen voorlopige aanslag is verrekend, wordt de belastingrente enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 13 weken na ontvangst van de aangifte doch niet eerder dan 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, en eindigt 6 weken na de dagtekening van het aanslagbiljet en heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.

  4. 4

    Ingeval met de aanslag wel een voorlopige aanslag is verrekend, vindt de renteberekening plaats overeenkomstig de renteberekening bij een herziening van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting, onderscheidenlijk vennootschapsbelasting, bedoeld in artikel 30fb.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:395Hoge Raad, 13 maart 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 18, paragraaf II, Verdrag Nederland-België; artikel 28, paragraaf III, Verdrag Nederland-België; artikel 30fe AWR; verdeling heffingsbevoegdheid pensioen, drempelbedrag…

  • ECLI:NL:PHR:2022:701Parket bij de Hoge Raad, 29 juni 2022 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 29 juni 2022 inzake 20/04379 en 21/00170.

  • ECLI:NL:PHR:2020:739Parket bij de Hoge Raad, 25 augustus 2020 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over toepassing van de belastingrenteregeling. In geschil is of de beschikking belastingrente bij een navorderingsaanslag 2013 terecht is opgelegd aan…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:6406Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 september 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV 2021. Beroep ongegrond. Geen recht op vergoeding van belastingrente.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2927Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 mei 2025 (belastingrecht)

    Vergoeding van belastingrente inzake aanslag IB/PVV.

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:370Rechtbank Gelderland, 19 januari 2024 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Verzoek omzetting ab-verliezen in een belastingkorting. Tarief berekening belastingkorting artikel 4.53 Wet IB 2001. Doorslaggevend is het jaar waarop het verzoek ziet. Het is…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:4046Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 november 2022 (belastingrecht)

    Het belastingverdrag tussen Nederland en België (hierna: het belastingverdrag) staat niet in de weg aan de uit artikel 8.9, lid 3, Wet IB 2001 en artikel 8.9a, lid 2, Wet IB 2001 volgende…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:6398Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 december 2021 (belastingrecht)

    Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.