Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 13 AWR

Geldt sinds 1 april 2016

  1. 1

    Ingeval de grootte van de belastingschuld eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, kan de inspecteur volgens bij ministeriële regeling te stellen regels aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag, met toepassing van de in artikel 15 voorgeschreven verrekening van de voorlopige aanslagen en de in de belastingwet aangewezen voorheffingen, vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige aanslag tot een positief bedrag wordt niet vastgesteld voor de aanvang van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.

  2. 2

    Een voorlopige aanslag tot een negatief bedrag die voor of in de loop van het tijdvak wordt vastgesteld, wordt aangeduid als voorlopige teruggaaf.

  3. 3

    Een voorlopige aanslag kan, met inachtneming van de vorige leden, door een of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld.

  4. 4

    De belastingplichtige kan de inspecteur verzoeken om een voorlopige aanslag vast te stellen. Het verzoek om een voorlopige aanslag vast te stellen is geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  5. 5

    De inspecteur kan afzien van het opleggen van een voorlopige aanslag of een voorlopige aanslag opleggen tot een ander bedrag dan volgt uit het eerste lid, indien: a.gerede twijfel bestaat over de juistheid van het adresgegeven van de belastingplichtige of indien dit gegeven ontbreekt; b.de belastingplichtige een vergrijp heeft begaan waarvoor hem een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van de artikelen 67cc, 67d of 67e of op grond van artikel 40 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen of waarvoor hem een strafrechtelijke sanctie wegens een daaraan soortgelijk misdrijf is opgelegd, mits de bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie binnen een periode van vijf jaren voorafgaand aan het jaar waarop de voorlopige aanslag betrekking heeft onherroepelijk is geworden; c.de belastingplichtige niet of niet binnen de gestelde termijn aangifte voor de inkomstenbelasting heeft gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:513Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2024 (belastingrecht)

    Art. 217 Gemeentewet. Art. 11 AWR. Afvalstoffenheffing. Tweede aanslag mogelijk? Heffing naar verschillende grondslagen? HR BNB 1973/69 van toepassing? Belastingverordening onverbindend omdat zij…

  • ECLI:NL:PHR:2024:379Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (belastingrecht)

    Bpm, kentekenregistermethode; opleggen tweede naheffingsaanslag na het vernietigen van de eerste naheffingsaanslag. Deze zaak gaat over de vraag of het verdedigingsbeginsel toelaat dat een tweede…

  • ECLI:NL:PHR:2022:690Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter, waarin deze is gekomen tot het oordeel dat de dwangsomregeling bij het niet tijdig…

  • ECLI:NL:PHR:2021:667Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2021 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de juist te achten ingangsdatum van de achteraf verzochte en verleende vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor taxivoertuigen en politievoertuigen, als…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:2686Rechtbank Overijssel, 21 mei 2026 (belastingrecht)

    Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; Uitvoeringsregeling Awir; Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; persoonlijke betalingsregeling; beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2927Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 mei 2025 (belastingrecht)

    Vergoeding van belastingrente inzake aanslag IB/PVV.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:152Gerechtshof Den Haag, 15 januari 2025 (belastingrecht)

    Artikelen 6:5 en 6:6 Awb; bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2017, 2018 en 2019 en bezwaren tegen de voorlopige aanslagen IB/PVV voor de jaren 2020, 2021 en 2022 terecht…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1801Gerechtshof Den Haag, 18 september 2024 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV 2020. Geschillen over invordering van belastingen vallen onder bevoegdheid burgerlijke rechter. Verrekening voorlopige aanslagen met definitieve aanslag is juist.

158 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.