Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 29c AWR

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    Indien, hetzij in het beroepschrift hetzij in het verweerschrift hetzij nadien door degene die beroep in cassatie heeft ingesteld, binnen twee weken nadat het verweerschrift is verzonden, schriftelijk is verzocht de zaak mondeling te mogen toelichten, dan wel de Hoge Raad een onderzoek ter zitting geraden acht, bepaalt de Hoge Raad het tijdstip van de zitting. De griffier stelt beide partijen of de door hen aangewezen advocaten hiervan ten minste tien dagen tevoren in kennis.

  2. 2

    De mondelinge toelichting door partijen geschiedt bij pleidooi van de door hen aangewezen advocaten. De advocaten kunnen in plaats van de zaak mondeling bij pleidooi toe te lichten een schriftelijke toelichting overleggen of toezenden.

  3. 3

    Artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover het beroep in cassatie is gericht tegen een uitspraak waarbij de gehele of gedeeltelijke handhaving van een bestuurlijke boete in het geding is.

  4. 4

    In andere gevallen dan in het derde lid bedoeld, heeft de zitting plaats met gesloten deuren, maar kan de Hoge Raad bepalen dat de zitting openbaar is, voor zover de belangen van partijen daardoor niet worden geschaad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1029Hoge Raad, 7 juli 2023 (belastingrecht)

    Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.

  • ECLI:NL:HR:2018:2088Hoge Raad, 9 november 2018 (belastingrecht)

    Vervallen verklaren van arrest. Zaak wordt voortgezet in de stand waarin het geding zich voor de inhoudelijke behandeling bevond. Belanghebbende zal alsnog de gelegenheid krijgen de zaak - mondeling…

  • ECLI:NL:HR:2018:1199Hoge Raad, 13 juli 2018 (belastingrecht)

    artikel 3.100, lid 1, letter b, Wet IB 2001, artikel 1, letters O en T, Invoeringswet IB 2001, artikel 30i AWR. Belastbaarheid lijfrentetermijn uit stamrecht van vóór 2001, nadat over de…

  • ECLI:NL:HR:2018:1200Hoge Raad, 13 juli 2018 (belastingrecht)

    artikel 3.100, lid 1, letter b, Wet IB 2001, artikel 1, letters O en T, Invoeringswet IB 2001, artikel 30i AWR. Belastbaarheid lijfrentetermijn uit stamrecht van vóór 2001, nadat over de…

  • ECLI:NL:HR:2014:3529Hoge Raad, 5 december 2014 (belastingrecht)

    Inwilliging verzoek om versnelde behandeling. Tevens datumbepaling voor verweer en eventuele mondelinge of schriftelijke toelichting.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AP1424Parket bij de Hoge Raad, 23 september 2005 (belastingrecht)

    Belastingverdrag Nederland – België (oud); voorkoming dubbele belasting; dagenbreuk i.v.m. berekening van arbeidsinkomsten.

  • ECLI:NL:HR:2005:AU0876Hoge Raad, 12 augustus 2005 (belastingrecht)

    Art. 29, lid 1, eerste volzin, AWR. Pleidooien in cassatie alleen door advocaat.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AS5808Parket bij de Hoge Raad, 12 augustus 2005 (belastingrecht)

    Artikel 43 Wet op de inkomstenbelasting 1964. Geen aftrek buitenlandse belasting op grond van deze bepaling indien een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.