Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 28 AWR

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De belanghebbende die bevoegd was om hoger beroep bij het gerechtshof in te stellen en Onze Minister kunnen bij de Hoge Raad beroep in cassatie instellen tegen: a.een uitspraak van het gerechtshof die overeenkomstig afdeling 8.2.6 of artikel 8:104, eerste lid, onderdeel c van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, en b.een uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof die overeenkomstig artikel 8:86 van die wet is gedaan.

  2. 2

    De belanghebbende en Onze Minister kunnen bij de Hoge Raad voorts beroep in cassatie instellen tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, onderdelen a en b, van die wet.

  3. 3

    Indien de belanghebbenden en Onze Minister daarmee schriftelijk instemmen, kan bij de Hoge Raad voorts beroep in cassatie worden ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6 of artikel 8:104, eerste lid, onderdeel c van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:86 van die wet.

  4. 4

    Geen beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen: a.een uitspraak van het gerechtshof of de rechtbank overeenkomstig artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b.een uitspraak van de rechtbank overeenkomstig artikel 8:54a van die wet; c.een uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof of de rechtbank overeenkomstig artikel 8:84, tweede lid, van die wet, en d.een uitspraak van de voorzieningenrechter van het gerechtshof of de rechtbank overeenkomstig artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met artikel 8:84, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  5. 5

    Tegen andere beslissingen van het gerechtshof, van de rechtbank of van de voorzieningenrechter kan slechts tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de in het eerste of het tweede lid bedoelde uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld.

  6. 6

    De artikelen 24a, derde lid, 26a, derde lid, en 26b, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    De werking van de uitspraak van het gerechtshof, de rechtbank of de voorzieningenrechter wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie is verstreken of, indien beroep in cassatie is ingesteld, op het beroep in cassatie is beslist.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1456Hoge Raad, 3 oktober 2025 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letters f en g, Wet OB 1968; art. 7 Uitvoeringsbesluit OB en post b.20 van Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit; organisatie van geïntegreerde eerstelijnszorg; door…

  • ECLI:NL:HR:2025:1142Hoge Raad, 11 juli 2025 (belastingrecht)

    Proceskosten; vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn; art. 29f AWR; intrekking cassatieberoep door de Staatssecretaris van Financiën.

  • ECLI:NL:HR:2025:1144Hoge Raad, 11 juli 2025 (belastingrecht)

    Proceskosten; vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn; art. 29f AWR; intrekking cassatieberoep door de Staatssecretaris van Financiën.

  • ECLI:NL:PHR:2025:98Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2025 (belastingrecht)

    Art. 220 Gemeentewet. Verordening onroerendezaakbelasting Vlaardingen 2021 Onroerendezaakbelasting eigenaren ter zake van niet-woningen. Verdubbeling tarief onder meer door OZB-verschuiving van…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6022Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Tussenuitspraak. Soevereinenbeweging. Verzoek anoniem procederen Belastingdienst toegewezen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2862Gerechtshof Den Haag, 9 september 2026 (belastingrecht)

    Art. 8:29 Awb. Geheimhoudingsbeslissing. AVG levert geen algemene rechtvaardigingsgrond op voor geheimhouding en heeft geen betrekking op verwerking van gegevens over rechtspersonen. Inspecteur…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2521Gerechtshof Den Haag, 4 augustus 2026 (belastingrecht)

    Geheimhoudingsbeslissing. Geen belang belanghebbende.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2162Gerechtshof Den Haag, 1 juli 2026 (belastingrecht)

    Geheimhoudingsbeslissing. Geen belang belanghebbende.

2.233 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.