Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 20 AWR

Geldt sinds 1 januari 2010

  1. 1

    Indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan of afgedragen, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting naheffen. Met geheel of gedeeltelijk niet betaald zijn wordt gelijkgesteld het geval waarin, naar aanleiding van een gedaan verzoek, ten onrechte of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding van belasting dan wel teruggaaf van belasting is verleend.

  2. 2

    De naheffing geschiedt bij wege van naheffingsaanslag, die wordt opgelegd aan degene, die de belasting had behoren te betalen, dan wel aan degene aan wie ten onrechte, of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding dan wel teruggaaf is verleend. In gevallen waarin ten gevolge van het niet naleven van bepalingen van de belastingwet door een ander dan de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, te weinig belasting is geheven, wordt de naheffingsaanslag aan die ander opgelegd.

  3. 3

    De bevoegdheid tot naheffing vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend.

  4. 4

    Indien de belastingschuld is ontstaan door de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, vervalt de bevoegdheid tot naheffing, in afwijking in zoverre van het derde lid, door verloop van twaalf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1728Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; artt. 9 en 10 Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992; art. 110 VWEU; voor toepassing van de Wet bpm is het volgens rechtspraak…

  • ECLI:NL:HR:2026:1740Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.

  • ECLI:NL:HR:2026:1741Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.

  • ECLI:NL:HR:2026:1742Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.

  • ECLI:NL:HR:2026:1582Hoge Raad, 2 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6336Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 september 2026 (belastingrecht)

    Parkeerbelasting. Proceskostenvergoeding.

  • ECLI:NL:HR:2026:1415Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van…

  • ECLI:NL:HR:2026:1494Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van…

1.443 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.