Algemene wet inzake rijksbelastingen

AWR

Huidige tekst

Artikel 52 AWR

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    Administratieplichtigen zijn gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, zelfstandig beroep of werkzaamheid naar de eisen van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken.

  2. 2

    Administratieplichtigen zijn: a.lichamen; b.natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede natuurlijke personen die belastbare winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 genieten; c.natuurlijke personen die inhoudingsplichtige zijn; d.natuurlijke personen die een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 3.91, 3.92 en 3.92b van de Wet inkomstenbelasting 2001 verrichten.

  3. 3

    Tot de administratie behoort hetgeen ingevolge andere belastingwetten wordt bijgehouden, aangetekend of opgemaakt.

  4. 4

    Voorzover bij of krachtens de belastingwet niet anders is bepaald, zijn administratieplichtigen verplicht de in de voorgaande leden bedoelde gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren.

  5. 5

    De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

  6. 6

    De administratie dient zodanig te zijn ingericht en te worden gevoerd en de gegevensdragers dienen zodanig te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de administratieplichtige de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.

  7. 7

    Ingeval een administratieplichtige een door de inspecteur op het eerste lid gebaseerde verplichting is nagekomen maar van oordeel is dat de verplichting onrechtmatig is opgelegd, kan hij verzoeken om vergoeding van kosten die rechtstreeks verband houden met deze nakoming. De inspecteur beslist op dat verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking en kent een redelijke kostenvergoeding toe in geval van een onrechtmatig opgelegde verplichting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:424Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1. Bewijsklacht. Kan verdachte als pleger worden aangemerkt, nu hij niet hoedanigheid van…

  • ECLI:NL:HR:2026:425Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting, art. 69.1 AWR. Bewijsklacht niet doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Heeft verdachte in bewezenverklaarde…

  • ECLI:NL:PHR:2026:193Parket bij de Hoge Raad, 20 februari 2026 (belastingrecht)

    Vereiste aangifte niet gedaan. Verwijtbaar? Omkering en verzwaring van de bewijslast (art. 27e AWR)? Moet de Inspecteur bij zijn redelijke schatting rekening houden met een pas in bezwaar alsnog…

  • ECLI:NL:PHR:2026:67Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van bij de belastingwet voorziene aangiften vennootschapsbelasting (feit 1) en inkomstenbelasting (feit 2) en opzettelijk niet voeren van een…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9514Rechtbank Limburg, 9 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Vordering afgifte stukken belastingplichtige en medewerking boekenonderzoek. Artikelen 42, 47, 49, 50 en 52 AWR.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3833Rechtbank Noord-Nederland, 8 september 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de informatiebeschikking ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. artikelen 6:7, 6:9 en 6:10 Awb)

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3832Rechtbank Noord-Nederland, 8 september 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbenden tegen de informatiebeschikkingen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. artikelen 6:7, 6:9 en 6:10 Awb)

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5444Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Correcties n.a.v. boekenonderzoek. Gebreken aan administratie.

1.447 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.