Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 55 RO

Geldt sinds 1 april 2013

  1. 1

    Het bestuur van de rechtbank Gelderland vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak, enkelvoudige en meervoudige kamers onder de benaming van militaire kamers. Het bestuur bepaalt de bezetting van deze kamers.

  2. 2

    Een meervoudige kamer bestaat uit twee rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en een militair lid, dat bij voorkeur afkomstig is uit het krijgsmachtdeel waartoe de verdachte behoort of behoorde. Bij de behandeling van een zaak tegen verdachten van verschillende krijgsmachtdelen bepaalt de voorzitter van de kamer uit welk krijgsmachtdeel het militaire lid afkomstig is. Op het militaire lid zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 tot en met 13g van overeenkomstige toepassing. Tevens zijn de artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid, en 44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren op dit lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als zijn functionele autoriteit, dit lid voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, wordt gelijkgesteld met plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van dit lid de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.

  3. 3

    Degene die zitting heeft in een enkelvoudige militaire kamer draagt de titel van militaire politierechter.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:858Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Wraking van lid-beroepsgenoot van Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vanwege deelname aan dezelfde professionele werkgroep als beklaagde. Objectief…

  • ECLI:NL:PHR:2017:956Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2017 (strafrecht)

    Militaire zaak. Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 300.2 Sr en mishandeling, art. 300.1 Sr. Middelen o.m. over oordeel Hof dat de breuk van de bodem van oogkas en blijvend…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BY3556Parket bij de Hoge Raad, 20 november 2012 (strafrecht)

    Art. 526.1 Sv. Verzoekschrift tot regeling van rechtsgebied. Het verzoekschrift stelt de vraag aan de orde welke rechter bevoegd is tot kennisneming van het door verdachte ingestelde h.b. Deze vraag…

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE7367Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2002 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:4435Rechtbank Gelderland, 3 juni 2025 (strafrecht)

    Rechtbank onbevoegd. Artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie jo artikel 2 lid 1 van de Wet militaire strafrechtspraak.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.