Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 75 RO

Geldt sinds 1 juli 2011

  1. 1

    De Hoge Raad vormt, op voorstel van de president, een of meer meervoudige kamers en, voor de gevallen waarin de wet dat voorschrijft, een of meer enkelvoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan.

  2. 2

    Bij de Hoge Raad worden zaken, behoudens bij de wet bepaalde uitzonderingen, behandeld en beslist door vijf leden van een meervoudige kamer, van wie een als voorzitter optreedt.

  3. 3

    De voorzitter van een meervoudige kamer kan bepalen dat een zaak die daarvoor naar zijn oordeel geschikt is, wordt behandeld en beslist door drie leden van die kamer. Indien de zaak naar het oordeel van een van deze leden ongeschikt is voor behandeling en beslissing door drie leden, wordt de behandeling voortgezet door vijf leden.

  4. 4

    De Hoge Raad stelt, op voorstel van de president, een reglement van inwendige dienst vast. In dit reglement wordt de indeling in kamers vastgelegd.

  5. 5

    Het reglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  6. 6

    De Hoge Raad stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten. Artikel 26, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1980Hoge Raad, 19 december 2025 (civiel recht)

    Art. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klacht over verwerking van persoonsgegevens in nieuwsbericht van rechtbank over vonnis in…

  • ECLI:NL:PHR:2024:644Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2024 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Kan de enkelvoudig rechtsprekende kantonrechter in civiele procedures een kantonzaak naar een meervoudige kamer van kantonrechters verwijzen? Grondslag: art. 15 lid 2…

  • ECLI:NL:HR:2024:741Hoge Raad, 24 mei 2024 (civiel recht)

    Uitspraak vierde kamer. Vordering van de Procureur-Generaal als bedoeld in art. 7, 9 en 17 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klachten over…

  • ECLI:NL:HR:2024:219Hoge Raad, 9 februari 2024 (belastingrecht)

    Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:1269Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2018 (strafrecht)

    Conclusie PG naar aanleiding van een verzoek tot wraking van alle leden van de strafkamer van de Hoge Raad. De behandeling van en beslissing in strafzaken in cassatie berust bij de zetel van drie of…

  • ECLI:NL:PHR:2017:875Parket bij de Hoge Raad, 7 juni 2017 (civiel recht)

    Vierde kamer zaak. Verzoekster is n-o in haar cassatieberoep tegen de beslissing van de PG om geen vordering tot ontslag van 3 raadsheren bij de CRvB bij de HR in te dienen; geen wettelijke bepaling…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1529Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2016 (civiel recht)

    Klachtprocedure ex art. 13a RO. Klachten over een door verweerder (destijds raadsheer in buitengewone dienst en waarnemend AG) op verzoek van een procespartij geschreven verklaring t.b.v. een voor de…

  • ECLI:NL:HR:2015:2584Hoge Raad, 15 september 2015 (strafrecht)

    Rolbeslissing. OM verzoekt per brief om vertrouwelijke behandeling van het door het OM ingestelde cassatieberoep tegen een beschikking van de Rb. waarbij is geweigerd om verlof te verlenen ex art.…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.