Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 15 RO

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Bij elk gerecht is een bestuur, dat bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter.

  2. 2

    Twee leden, waaronder de voorzitter, zijn rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die hun rechtsprekend ambt op basis van een aanstelling als bedoeld in artikel 5f, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren vervullen. Het andere lid is een gerechtsambtenaar.

  3. 3

    De voorzitter van het bestuur draagt de titel van president.

  4. 4

    De bestuursleden worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor een periode van zes jaar. Zij kunnen als lid van het bestuur van hetzelfde gerecht eenmaal worden herbenoemd voor een periode van drie jaar.

  5. 5

    Voor de benoeming van een bestuurslid stelt de Raad een aanbeveling op. Voordat de Raad een aanbeveling opstelt, hoort hij het bestuur van het desbetreffende gerecht. Het bestuur stelt de Raad daarbij tevens op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraad. Voorafgaand aan een benoeming als bestuurslid wordt van betrokkene een verklaring omtrent het gedrag, niet ouder dan drie maanden en afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, verlangd.

  6. 6

    De voorzitter en het andere rechterlijk lid van het bestuur kunnen niet tevens lid zijn van het bestuur van een ander gerecht, het bestuur van de Centrale Raad van Beroep of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, behoudens in het geval van tijdelijke waarneming. Het niet-rechterlijk lid van het bestuur kan, naast het geval van tijdelijke waarneming, slechts in bijzondere gevallen lid zijn van het bestuur van één ander gerecht, het bestuur van de Centrale Raad van Beroep of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

  7. 7

    Een lid van het bestuur kan niet tevens zijn: a.lid van de Staten-Generaal; b.minister; c.staatssecretaris; d.vice-president of lid van de Raad van State; e.president of lid van de Algemene Rekenkamer; f.Nationale ombudsman of substituut-ombudsman; g.advocaat of notaris, dan wel anderszins van het verlenen van rechtskundige bijstand het beroep maken; h.ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven; i.lid van de Raad.

  8. 8

    De voorzitter en het andere rechterlijk lid van het bestuur kunnen niet tevens rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 4° tot en met 10° , zijn.

  9. 9

    Het niet-rechterlijk lid van het bestuur kan niet tevens rechterlijk ambtenaar zijn.

  10. 10

    Artikel 3, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 is niet van toepassing op het niet-rechterlijk lid van het bestuur.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1228Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ3450Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2013 (civiel recht)

    Klachtprocedure ex art. 13a RO. Bestuur rechtbank gaat in op verzoek om nadere uitleg aan een door de eigen rechtbank gewezen vonnis. Vordering procureur-generaal ex art. 13a RO. Ontvankelijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BF0201Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2008 (strafrecht)

    Art. 365b.1 Sv, ondertekening arrest. De aanvulling op het verkorte arrest is bij ontstentenis van het lid van de Enkelvoudige Kamer dat het arrest heeft gewezen – in strijd met art. 365b.1 Sv – niet…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:3498Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 mei 2024 (strafprocesrecht)

    Tussenarrest. Gewelddadige woningoverval met dodelijke afloop te (Plaats). Afwijzing verzoek tot verwijzing naar een ander gerechtshof. Toewijzing horen twee getuigen. Afwijzing verzoek tot…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:591Rechtbank Rotterdam, 6 januari 2022 (bestuursrecht)

    Verzet ongegrond, de rechtbank heeft in de buiten-zittingsuitspraak terecht geoordeeld dat zij het beroep zonder zitting kon afdoen. Verweerder kan niet worden aangemerkt als bestuursorgaan, zodat…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.