Wet op de rechterlijke organisatie

RO

Huidige tekst

Artikel 137 RO

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    Bij het landelijk parket zijn werkzaam: a.een hoofdofficier van justitie; b.een plaatsvervangend hoofdofficier van justitie; c.een tweede plaatsvervangend hoofdofficier van justitie; d.officieren van justitie; e.plaatsvervangende officieren van justitie f. officieren enkelvoudige zittingen; g. plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen; h. andere ambtenaren.

  2. 2

    Bij het landelijk parket kunnen werkzaam zijn: a.senior officieren van justitie A; b.senior officieren van justitie; c.substituut-officieren van justitie; d.officieren in opleiding.

  3. 3

    Aan het hoofd van het landelijk parket staat de hoofdofficier van justitie met de titel hoofd van het landelijk parket. Hij kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de bij zijn parket werkzame ambtenaren betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het parket. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van het hoofd van het landelijk parket wordt hij vervangen door de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

  4. 4

    De plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vervult de functie van nationaal lid bij Eurojust. Hij vervult die functie voor tenminste vier jaar. Een senior officier van justitie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vervult de functie van plaatsvervanger van het nationaal lid bij Eurojust.

  5. 5

    De hoofdofficier van justitie, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, senior officieren van justitie A, senior officieren van justitie, officieren van justitie, substituut-officieren van justitie en plaatsvervangende officieren van justitie onderscheidenlijk officieren enkelvoudige zittingen en plaatsvervangende officieren enkelvoudige zittingen zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten, bij het functioneel parket, bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie en bij het parket-generaal.

  6. 6

    De officier enkelvoudige zittingen en de plaatsvervangende officier enkelvoudige zittingen hebben de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de wet aan de officier van justitie worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om op te treden ter terechtzitting van een meervoudige kamer van de rechtbank.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2001:AB3295Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2001 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6884Rechtbank 's-Gravenhage, 12 februari 2008 (civiel recht)

    Schorsing bestuurders ex artikel 2:298, lid 2 BW.

  • ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5518Gerechtshof Leeuwarden, 18 februari 2004 (bestuursstrafrecht)

    mandateren van de bevoegdheid tot het beslissen op administratieve beroepschriften door de officier van justitie in een aantal gevallen (in het kader van de Klimaatnota) aan het Hoofd van het Bureau…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.